Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/43
Deelneming aan criminele organisatie die zich bezighoudt met productie van MDMA (art. 11b Opiumwet). Bewijsklacht. Kon hof ter motivering van bewezenverklaring verwijzen naar feiten en omstandigheden die buiten bewezenverklaarde periode vallen en die niet uit bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/39, RvdW 2026/40, RvdW 2026/41, RvdW 2026/42, RvdW 2026/44 en RvdW 2026/45.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1753
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/02466
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1753, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:888, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
Essentie
Deelneming aan criminele organisatie die zich bezighoudt met productie van MDMA (art. 11b Opiumwet). Bewijsklacht. Kon hof ter motivering van bewezenverklaring verwijzen naar feiten en omstandigheden die buiten bewezenverklaarde periode vallen en die niet uit bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/39, RvdW 2026/40, RvdW 2026/41, RvdW 2026/42, RvdW 2026/44 en RvdW 2026/45.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02466
Datum 25 november 2025 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.