RvdW 2026/42:Deelneming aan criminele organisatie die zich bezighoudt met productie van BMK en amfetamine (art. 11b Opiumwet). Verbeurdverklaring van inbeslaggenomen geldbedrag (€ 12.250), art. 33a lid 1 onder a en 33a lid 1 onder e Sr. Onder ‘strafbaar feit’ in art. 33a lid 1 Sr moet bewezenverklaard feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat 1 van de in art. 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet t.a.v. bewezenverklaard feit (vgl. HR 7 januari 2020, NJ 2020/47). V.zv. hof heeft geoordeeld dat er aanwijzingen zijn dat inbeslaggenomen geldbedrag is verkregen d.m.v. bewezenverklaarde deelneming aan criminele organisatie, is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd. Hof heeft immers geen vaststellingen gedaan waaruit kan volgen dat geldbedrag d.m.v. die deelneming aan organisatie is verkregen, terwijl enkele omstandigheid dat verdachte is veroordeeld voor deelneming aan organisatie niet met zich brengt dat geldbedrag niet uit andere hoofde aan verdachte kan toebehoren. Ook omstandigheid dat geldbedrag deels bestond uit coupures van € 500, maakt dat niet anders. V.zv. hof heeft geoordeeld dat geldbedrag, gelet op ongebruikelijke coupures, bestemd kan zijn voor plegen van ‘(andere) misdrijven’, heeft hof miskent dat de in art. 33a lid 1 onder e Sr genoemde grond zich moet voordoen t.a.v. bewezenverklaard feit. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. verbeurdverklaring van geldbedrag. Samenhang met RvdW 2026/39, RvdW 2026/40, RvdW 2026/41, RvdW 2026/43, RvdW 2026/44 en RvdW 2026/45.