Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/3.3.3
3.3.3 Andere regels waarin het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers tot uitdrukking komt
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686141:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie meer in zijn algemeen over de informatieverstrekking door de curator: Reumers 2020, p. 44 e.v.
Zo dient een schuldenaar op grond van art. 475g Rv aan een deurwaarder die gerechtigd is tegen hem beslag te leggen desgevraagd zijn bronnen van inkomsten op te geven. Zie voorts de artikelen 843a Rv en 3:15j BW.
Vgl. AG Huydecoper in zijn conclusie bij HR 21 januari 2005, NJ 2005/249 (Funds/Curatoren Jomed I) onder randnummer 42.
Zie o.a. de artikelen 843a Rv en 3:15j BW. Zie ook Hoofdstuk 8 van de INSOLAD Praktijkregels voor curatoren, versie april 2019. De praktijkregels zijn, volgens het voorwoord bij deze regels, overigens slechts richtinggevend en hebben geen dwingend karakter. De Hoge Raad overweegt in HR 22 juni 2007, JOR 2007/222 (ING/Verdonk) dat hij het oordeel van het Hof dat de status van de praktijkregels onduidelijk is, niet onbegrijpelijk acht. Zie ook over de status van deze regels: Hof Arnhem, 11 september 2007, JOR 2007/316.
Zie ook artikel 19a Fw over het in de praktijk aanmerkelijk belangrijkere register waarvan via internet (www.rechtspraak.nl) kan worden kennisgenomen.
Aldus de Hoge Raad in HR 21 januari 2005, NJ 2005/250 (Funds/Curatoren Jomed II), onder randnummer 4.1.
In Hoofdstuk 8 van de INSOLAD Praktijkregels voor curatoren, versie april 2019 wordt in de toelichting op regel 8.1 onder meer opgemerkt: “De curator neemt concrete verzoeken van derden om informatie in behandeling tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten, bijvoorbeeld een onevenredige tijdsbesteding. De curator zal op een informatieverzoek niet slechts reageren met een verwijzing naar het laatst gepubliceerde of het nog te publiceren openbaar verslag, behalve als het faillissementsverslag adequaat in de informatiebehoefte voorziet. De transparantie vindt zijn begrenzing waar de bescherming van andere belangen zwaarwegender is.” Voor zover het hier de informatieverstrekking aan derden betreft die geen schuldeiser zijn, is het beginsel van de schuldeisers niet relevant (dat werkt immers uitsluitend in de onderlinge verhouding tussen de schuldeisers in het faillissement en tussen de schuldeisers en de curator). Voor zover hier ook wordt gedoeld op informatieverstrekking aan individuele schuldeisers in het faillissement buiten de geldende en hiervoor geschetste kaders om staat deze bepaling naar mijn mening op gespannen voet met de door de Hoge Raad in het besproken arrest geformuleerde regel.
Tot zover is de gelijkheid van schuldeisers telkens in verband gebracht met de vraag of een schuldeiser toegang heeft tot de verificatieprocedure. Het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers komt echter, naast in artikel 26 Fw, ook tot uitdrukking in andere regels. Zo heeft de Hoge Raad (in een hierna te bespreken arrest) het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers ook in verband gebracht met de informatieverstrekking door de curator aan een individuele schuldeiser van de schuldenaar.1 Voordat wordt ingegaan op dit arrest zal in het kort in zijn algemeenheid worden ingegaan op de informatieverstrekking in het kader van een faillissement.
Buiten faillissement geldt als uitgangspunt dat een schuldenaar in beginsel geen verplichting heeft om zijn schuldeisers bepaalde informatie te verstrekken, tenzij een wettelijke regel hem hiertoe verplicht.2 Een schuldenaar staat het volkomen vrij – in het geval geen verplichting bestaat om bepaalde informatie te verstrekken – de ene schuldeiser wel bepaalde informatie te verstrekken en de andere schuldeiser niet. In een faillissement geldt echter als uitgangspunt dat faillissementscrediteuren gelijke aanspraken op informatie hebben.3 De curator heeft daarom een dergelijke vrijheid niet.
Het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers op het vlak van de informatieverstrekking tijdens een faillissement komt tot uiting in diverse in de Faillissementswet neergelegde regels. In dit verband kan worden gewezen op de verplichting van de curator om openbare verantwoording te verstrekken over de stand van zaken in het faillissement zoals neergelegd in de artikelen 94 Fw (boedelbeschrijving), 96 Fw (staat van baten en schulden), 73a Fw (periodieke verslagen), 76 Fw (recht commissie van schuldeisers op informatie) en 137 Fw (verslag over de stand van de boedel na afloop van de verificatie en de verplichting die in dit verband op de curator rust om schuldeisers alle inlichtingen te verstrekken die zij verlangen).4 Ook op de rechtbank rusten in dit verband soms verplichtingen. Zo dient ex artikel 19 Fw een openbaar insolventieregister te worden aangehouden.5 Schuldeisers kunnen hierdoor in gelijke mate informatie verkrijgen over bepaalde feiten (zoals bijvoorbeeld een uittreksel van de beslissing waarbij de faillietverklaring is uitgesproken, de summiere inhoud van de homologatie van een akkoord of het bedrag van de uitdeling bij vereffening). Daarnaast bepaalt artikel 4 lid 5 Fw dat het vonnis van de faillietverklaring ter openbare zitting dient te worden uitgesproken. Hierdoor kan in beginsel iedere schuldeiser (en niet uitsluitend de schuldeiser die het faillissement heeft aangevraagd) hiervan kennisnemen. Deze regels zorgen ervoor dat de faillissementschuldeisers in gelijke mate toegang hebben tot de informatie die de curator verstrekt.
Daarnaast zijn er buiten de Faillissementswet diverse regels opgenomen waarop schuldeisers individueel een beroep kunnen doen.6 Indien een individueel beroep van een schuldeiser op een dergelijke regel slaagt, wordt de ongelijke behandeling die hierdoor ontstaat (waarbij de schuldeiser die een beroep doet op de regeling wel informatie ontvangt, terwijl de overige schuldeisers die informatie niet ontvangen) gerechtvaardigd doordat de wet deze specifieke mogelijkheid biedt. De gelijkheid tussen schuldeisers is in dit verband een kansengelijkheid waarbij iedere schuldeiser de mogelijkheid heeft om een beroep te doen op een dergelijke regel. In hoeverre het beroep wordt gehonoreerd, hangt af van de vraag of de betreffende regel in de specifieke feiten en omstandigheden van het geval dit toestaat. De positie van een faillissementschuldeiser bij een dergelijk verzoek is vergelijkbaar met de positie van schuldeisers in het kader van de individuele verhaalsexecutie. Ook in dat geval kan een individuele schuldeiser desgewenst een beroep doen op de betreffende regels en is honorering van dat verzoek afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval.
Indien een individuele schuldeiser buiten de hiervoor geschetste kaders om inlichtingen verlangt van de curator, geldt dat de gelijke behandeling in het gedrang kan komen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de curator wordt verzocht inlichtingen te verschaffen over het beheer en de vereffening van de boedel. Voor deze situatie is geen specifieke regel in de Faillissementswet neergelegd. De Hoge Raad heeft in dit verband bepaald: “Gelet op het stelsel van de Faillissementswet en in het bijzonder in verband met het beginsel van gelijkheid van schuldeisers moet worden aangenomen dat, naast de specifieke bepalingen van die wet met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen en de mogelijkheid op de voet van art. 69 Fw de curator te nopen tot het verstrekken van inlichtingen omtrent het beheer en de vereffening van de boedel, in beginsel geen plaats is voor een uit het ongeschreven recht voortvloeiende verplichting van de curator aan een individuele schuldeiser de door deze gewenste inlichtingen te verstrekken en verantwoording af te leggen”7.
Met name uit het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers leidt de Hoge Raad dus af dat een individuele schuldeiser een curator buiten de bepalingen van de Faillissementswet met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen (waaronder ook valt de mogelijkheid om op grond van art. 69 Fw de curator te dwingen tot het verstrekken van inlichtingen) in beginsel niet kan verplichten om aan hem de gewenste inlichtingen over het beheer en de vereffening van de boedel te verstrekken. Het ongeschreven recht noch artikel 3:15j BW roept een dergelijke verplichting in het leven. De schuldeisers worden op gelijke wijze geïnformeerd door de curator via de geldende (informatie)kaders. Hierbij past niet dat een individuele schuldeiser een voorkeursbehandeling ontvangt doordat hij wel informatie ontvangt, daar waar andere schuldeisers hiervan verstoken moeten blijven.8