Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.4.2.2:3.4.2.2 Herkennen van eerbiedigende werking in de praktijk
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.4.2.2
3.4.2.2 Herkennen van eerbiedigende werking in de praktijk
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS417451:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. XIII lid 3 Wet van 30 november 2006, Stb. 2006, 631.
Art. XXVII lid 2 Wet van 14 december 2006, Stb. 2006, 682.
Vgl. Schuver-Bravenboer 2006a, par. 3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veelal zijn regels van eerbiedigende werking verwoord in een materiële regel. Als voorbeeld noem ik de in par. 3.4.2.1 beschreven overgangsmaatregelen die zijn opgenomen in hfdst. 2 art. I onderdeel O en onderdeel AN Inv.w. Wet IB 2001 en art. VIIId Wet van 30 november 2006, Stb. 2006, 631.
Regels van eerbiedigende werking worden evenwel ook wel aangetroffen in de inwerkingtredingsbepaling. De toepassing van de nieuw werkende regel wordt dan als volgt beperkt:1
‘De wijzigingen met betrekking tot de vennootschapsbelasting, uitgezonderd artikel II, onderdeel M, voor zover dat betrekking heeft op de in te voegen artikelen 12b en 12c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2007.’
Of:2
‘Het ingevolge artikel I, onderdeel D, ingevoegde artikel 3.78a (MSB: startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid) van de Wet inkomstenbelasting 2001 vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de belastingplichtige die na 31 december 2006 ondernemer wordt.’
De eerstgenoemde vermeldingswijze wordt veelvuldig toegepast bij wetswijzigingen waarbij belastingplichtigen met een gebroken boekjaar zijn betrokken.3 Belastingplichtigen die een boekjaar hanteren dat samenvalt met het kalenderjaar vallen in het voorbeeld vanaf 1 januari 2007 onder de nieuwe regels. Op belastingplichtigen die een boekjaar hanteren dat later in het kalenderjaar aanvangt, blijven vooralsnog de oude regels van toepassing. De in het tweede citaat opgenomen vermeldingswijze is in de parlementaire geschiedenis niet als eerbiedigende werking aangeduid. Aan de systematiek van eerbiedigende werking en de door mij gegeven definitie wordt echter wel voldaan. Deze overgangsmaatregel is getroffen omdat de regel anders zijn doel voorbij zou schieten. De maatregel beoogde namelijk het starten van ondernemersactiviteiten te stimuleren. 4