Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/2.3.4
2.3.4 Indeling van kiesdistricten
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233598:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
U.S. Supreme Court 10 juni 1946, 328 U.S. 549 (Colegrove v. Green).
Grove 2015, p. 1946.
U.S. Supreme Court 10 juni 1946, 328 U.S. 549 (Colegrove v. Green), 552 (plurality).
Idem, p. 556.
Idem, p. 565 (Rutledge, J., concurring): ‘In my judgment, this complaint should be dismissed […]. Assuming that the controversy is justiciable, I think the cause so delicate a character, […] that the jurisdiction should not be exercised only in the most compelling circumstances.’
Vgl. Grove 2015, p. 1943-1947.
U.S. Supreme Court 26 maart 1962, 369 U.S. 186 (Baker v. Carr).
Een belangrijk ander voorbeeld van een zaak die vaak met de political questiondoctrine in verband wordt gebracht, is Colegrove v. Green.1 Daarin staat de indeling van kiesdistricten voor de verkiezingen van het Huis van Afgevaardigden van de staat Illinois centraal. Sommige kiesgerechtigden wezen erop dat in bepaalde kiesdistricten binnen deze staat aanzienlijk meer kiesgerechtigden woonden dan in andere kiesdistricten. De wetgever van de staat had echter decennialang nagelaten de districten aan te passen aan de bevolkingsgroei en de veranderde spreiding van de bevolking. De kiesgerechtigden woonden in een dichtbevolkt kiesdistrict en meenden dat hun stem minder effectief was dan die van burgers in dunner bevolkte districten. Volgens hen was dit in strijd met de Equal Protection Clause van de Amerikaanse Grondwet.
Het Hooggerechtshof onthield zich ook hier van een inhoudelijk oordeel. Daarbij is niet onbelangrijk dat slechts zeven en niet alle negen leden van het Hof in de gelegenheid waren om zich over deze zaak uit te spreken.2 Drie leden, onder aanvoering van Justice Frankfurter, meenden dat de vaststelling van kiesdistricten een political question betreft: ‘We are of the opinion that the appellants asks this Court what is beyond its competence to grant.’3 Concreet was het volgens hen onmogelijk voor de rechter om kiesdistricten opnieuw vast te stellen. De rechter kon uitsluitend oordelen dat de wetgeving op basis waarvan de bestaande districten waren vastgesteld ongrondwettig was. Deze leden betwijfelden of dit een betere uitkomst was. Daar kwam bij dat de zogenoemde Election Clause van artikel I, § 4, van de Amerikaanse Grondwet aan het Congres de bevoegdheid toekent om de op statelijk niveau vastgestelde regels over de verkiezing van afgevaardigden te wijzigen. Deze bepaling luidt:
‘The times, places and manner of holding elections for Senators and Representatives, shall be prescribed in each State by the legislature thereof; but the Congress may at any time by law make or alter such regulations […].’
Frankfurter concludeerde tegen deze achtergrond:
‘Courts ought not to enter this political thicket. The remedy for unfairness in districting is to secure State legislatures that will apportion properly, or to invoke the ample powers of Congress. The Constitution has many commands that are not enforceable by courts, because they clearly fall outside the conditions and purposes that circumscribe judicial action.’4
Een vierde lid van het Hof sloot zich bij dit oordeel van zijn drie collega’s aan, maar weigerde hun conclusie dat sprake was van een political question uitdrukkelijk te onderschrijven. Toch komt zijn redenering daarbij zeer dicht in de buurt. Dit vierde lid meende dat het hoe dan ook niet passend was voor het Hof om zich over de indeling van de bestaande kiesdistricten in de staat Illinois uit te spreken. Bepalend daarvoor was naar zijn mening dat het hier ging om een zeer delicate zaak die raakte aan de bevoegdheden van het Congres.5
Omdat de redenering van het vierde lid sterk doet denken aan het oordeel van de drie andere leden dat sprake was van political question, wordt Colegrove v. Green vaak genoemd als een andere zaak waarin het Hof de political questiondoctrine heeft toegepast.6 Zoals in het volgende hoofdstuk zal blijken, was dit oordeel echter niet onomstreden en zou het Hof enige tijd later – tot groot ongenoegen van Frankfurter – van koers veranderen.7