Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/6.3.5:6.3.5 Zwijgrecht
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/6.3.5
6.3.5 Zwijgrecht
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200824:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Evenals bij officieren van justitie het geval was, blijken onder rechters de opvattingen over het zwijgrecht van verdachten verdeeld te zijn. Voor sommige rechters is de betekenis van het zwijgrecht van de verdachte vrij absoluut, terwijl voor anderen onder omstandigheden geldt dat van een absolute werking van dit beginsel geen sprake hoeft te zijn.
‘Als je als rechter maar enigszins het gevoel hebt dat een verdachte iets kan zeggen en het niet doet, ook al is dat op advies van de advocaat, dan kan dat in zijn nadeel werken doordat het tot de overtuiging leidt dat er betrokkenheid is bij het strafbare feit. Daar heb ik geen enkele moeite mee, ik kan daar meerdere voorbeelden van geven. (...) Het is wel zeker [dat rechters hier verschillend mee omgaan]. Ik vind het moeilijk dat precies aan te geven, maar je merkt dat in de raadkamer wel.’
‘Er zijn soms situaties die om een verklaring schreeuwen. Daar wordt in Europese jurisprudentie ook wat over gezegd. Als iemand om vijf uur ’s ochtends in de tuin wordt aangetroffen bij een huis waar net is ingebroken, dan mag je van zo’n jongen verwachten of van zijn raadsman dat wordt uitgelegd wat hij daar deed. Als hij dat niet doet mag hij wat mij betreft ook voor de gevolgen opdraaien. En als er dan toch nog iets komt op zitting, dan mogen we daar soms harder op reageren. We zijn daar [als rechters] voorzichtig mee: “Hij heeft nu tóch een verklaring gegeven en het zou eventueel kunnen.” (...) We willen niet hellen naar het OM en neutraal zijn, maar soms kun je op je klompen aanvoelen dat het fout zit en dan wordt er toch heel serieus met allerlei ongeloofwaardige verweren omgegaan. We kunnen daar soms sneller korte metten mee maken. Dat valt mij ook wel op. Soms wordt aangehouden en worden dingen onderzocht. Je moet vaker zeggen: “Je komt er nu pas mee, jammer joh.” Dan is het klaar.’
De tegenovergestelde opvatting waarin weinig beperkingen aan het zwijgrecht worden gesteld, komt ook voor. Alternatieve scenario’s die door verdachte of advocaat naar voren worden gebracht, moeten volgens deze opvatting ‘serieus worden bekeken’, los van de vraag of de verdachte eerder gebruik heeft gemaakt van het zwijgrecht.
‘We kijken serieus naar een alternatief scenario, ook als dat op een heel laat moment door de verdachte naar voren wordt gebracht. Ik vind ook dat dit onze taak is. Je kan niet zeggen: “U bent te laat, jammer dan. Misschien is wat u zegt wel aannemelijk, maar u bent te laat.” De verdachte hoeft niet eerder te verklaren. (...) Het is staande jurisprudentie dat als een verdachte komt met een niet volstrekt onaannemelijk scenario, het OM dat moet onderzoeken. Het komt dus nogal eens voor dat op zitting pas een alternatief scenario komt, omdat verdachte tot dan toe heeft gezwegen en dat de rechtbank dan zegt: “Wij vinden het begrijpelijk dat het OM dit niet heeft onderzocht, want we horen dit vandaag pas voor het eerst, maar we vinden wel dat het OM dit moet onderzoeken:” Dan heb je soms nog weleens een officier van justitie die zegt: “Pak nou door, veeg dit van tafel.” Maar zo werkt naar mijn oordeel het recht niet.’
Tijdens de interviews worden ook voorbeelden gegeven die duidelijk moeten maken hoe lastig het is om iets af te leiden uit het feit dat een verdachte zwijgt. In het volgende voorbeeld gaat het erom dat de culturele achtergrond van verdachten van invloed kan zijn op de bereidheid om te verklaren, hetgeen volgens een rechter illustreert dat zwijgen vaak voor meerdere interpretaties vatbaar is.
‘Er zijn veel jongens, met name met een islamitische achtergrond, die rekening houden met hun ouders. [Bij de kinderrechter] zijn de ouders ook aanwezig op zitting. In hun ogen is het een grote schande als je kind wordt verdacht van een strafbaar feit. Er zijn natuurlijk heel veel kinderen die vanwege die schande van de familie hun mond houden. (…) Voor een jongen uit deze cultuur is het wel lastig om te verwachten dat hij gaat verklaren.’
Een rechter vermoedt dat het respecteren van de rechten van verdachte, zoals het recht om te zwijgen, bij politiemensen, officieren van justitie en anderen onterecht het beeld kan oproepen van een gebrek aan scherpzinnigheid. Een rechter meent door zijn rol slechts weinig mogelijkheden te hebben om te voorkomen dat hij naïef of misschien zelfs medeplichtig lijkt.
‘Wat soms vervelend is aan ons werk is dat het met voorzichtigheid gepaard moet gaan. De rechter moet neutraal zijn. Dat betekent dat hij ook allemaal apekool aan moet horen die wordt aangedragen en daar niet gelijk iets over kan zeggen. Je moet dat dan meteen objectief kunnen staven, anders word je gewraakt. Dat betekent dat apekool onevenredig veel aandacht krijgt.’
Rechters die het zwijgrecht wensen te respecteren, zien ‘doorvragen’ niet als hun taak. Ook kan het zijn dat rechters het nader bevragen van de verdachte tijdens de zitting meer als taak zien van de officier van justitie (op basis van de eerder genoemde opvatting van de rechter als ‘neutrale beslisser’).
‘Als iemand bij elke vraag die ik stel zwijgt, al of niet op verzoek van de advocaat, dan ga ik mijn tijd niet verdoen aan steeds maar doorvragen. Ik moet nog tien andere zaken doen (…) en dan hou ik alleen voor wat er in het dossier zit en laat de officier de verdachte anders maar het vuur na aan de schenen leggen.’
Wantrouwen van de verdachte jegens de politie wordt door rechters soms niet beschouwd als voldoende verklaring wanneer deze gebruik heeft gemaakt van het zwijgrecht tijdens politieverhoren. Als gevolg hiervan kan een later, tijdens het strafproces gegeven alternatieve verklaring, niet geloofwaardig worden geacht. Een rechter:
‘Ik zeg al snel: [deze verklaring is] totaal niet geloofwaardig. We hebben ook gewoon gezond verstand. Dat je denkt: hoezo nu pas? Nu pas kom je met een heel verhaal dat precies in het dossier past. Waarom zwijg je bij de politie als je wordt verhoord? “Omdat ik dacht dat ze me toch alleen maar een oor willen aannaaien of ik vertrouw ze helemaal niet.” Ja, dat vind ik allemaal zo’n bullshit. Ik begrijp best, als je net bent aangehouden dat je dan misschien nog boos of opgefokt bent en niet zoveel wilt zeggen. Maar dan zwijgen en later met een heel verhaal komen, dat vind ik toch wel erg ongeloofwaardig eerlijk gezegd. Dat vinden de rechters allemaal.’
Een kinderrechter vertegenwoordigt de tegenovergestelde opvatting:
‘Met enige regelmaat krijg ik van minderjarigen te horen: “Dit heb ik zo niet gezegd. Ja, mijn handtekening staat er wel onder. Ik voelde me wel heel erg onder druk gezet.” Nu kun je zeggen dat de politie het zo goed mogelijk probeert te doen en: hoezo zouden agenten jou onder druk zetten? Maar ik weet als officier van justitie ook wel uit ervaring hoe het gaat. Ik ben als minderjarige (…) zelf ook met de politie in aanraking gekomen. Ik heb toen dingen toegegeven die ik nooit had gedaan.’