De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.1.1:7.1.1 Begripsbepaling
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.1.1
7.1.1 Begripsbepaling
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174090:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het geheim van de raadkamer en beraadslaging in meervoudige kamer onder meer: Hofhuis 2013 en 2008; Thomassen 2006; Asser 2006.
Zie voor een praktijkvoorbeeld: Tielenius Kruythoff 2013, p. 10-11. Sommigen achten het rechtens onjuist dat rechters over een aanhangige zaak spreken met derden, zelfs als deze derden ook rechter zijn. Zie hierover Van der Pot e.a. 2006, p. 426-427; Jessurun d’Oliveira 1999, p. 378.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het proces van beraadslagen over, beoordelen van en/of beslissen in een rechtszaak wordt raadkameren genoemd. In artikel 7, derde lid, Wet RO worden de functionarissen opgesomd die tot geheimhouding zijn verplicht van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit, wat veronderstelt dat zij het raadkameroverleg van een zaak kunnen bijwonen. Het gaat om de rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding, de griffier, substituut-griffier en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers. Kortweg, rechtsprekers en griffiers kunnen het raadkameroverleg bijwonen.1
Als ‘raadkameren in enge zin’ kan worden beschouwd het raadkameren door de rechtsprekers (art. 6, eerste en tweede lid, Wet RO). Griffiers kunnen hen hierbij ondersteunen met griffierswerkzaamheden (art. 14, derde en vierde lid, Wet RO). Een rechtspreker kan de griffier aanwijzingen geven, waar deze aan dient te voldoen (art. 14, zevende lid, Wet RO; zie ook paragraaf 4.3). Neemt de griffier deel aan het raadkameroverleg, dan spreekt men wel van ‘raadkameren in ruime zin’. De griffier kan deelnemen aan de beraadslagingen in het raadkameroverleg in zoverre de rechters daarvoor ruimte bieden. Beslissingen in een zaak, procedureel of inhoudelijk, zijn echter voorbehouden aan de meervoudige dan wel enkelvoudige kamer (art. 6, eerste en tweede lid, jo. art. 7, eerste en tweede lid, Wet RO).
Het formele moment waarop rechtsprekers en griffier over een zaak raadkameren is in rechtbankzaken vaak direct na afloop van een zitting. Raadkameren op andere momenten in de procedure komt ook voor, bijvoorbeeld in de aanloop naar een zitting of tijdens een schorsing. Zo bespreken rechtsprekers en griffier een zaak soms al lopende naar de zittingszaal of wanneer ze zich na afloop naar de werkkamers of een overlegruimte begeven. Als de behandeling zonder zitting plaatsvindt, dan overleggen de rechtsprekers en de griffier met elkaar na bestudering van het dossier. Dit wordt wel ‘raadkameren op stukken’ genoemd. Raadkameren door middel van e-mailwisseling komt ook voor. Enkelvoudige zaken kan de rechter afdoen door met de griffier te raadkameren. Behandelt een rechter een enkelvoudige zaak zonder griffier, dan komt het raadkameren neer op een inwendige monoloog die uitmondt in een beslissing.
Wanneer de concipiënt in een meervoudige zaak het conceptvonnis heeft geschreven, legt hij het voor aan de andere deelnemers van het raadkameroverleg. Zij zullen het concept vervolgens beoordelen en eventueel aanpassen. Ook dit proces wordt in dit onderzoek als een vorm van raadkameren beschouwd. Het begrip raadkameren staat dus voor diverse soorten overleg op diverse momenten in de procedure. Verder onderscheidt het raadkameroverleg zich op twee manieren van andersoortig overleg tussen rechtsprekers: ten eerste wordt raadkameroverleg enkel gevoerd tussen de rechtsprekers aan wie een zaak is toegedeeld en de griffier, als die bij een zaak betrokken is. Ten tweede heet hun bespreking slechts raadkameroverleg zolang zij over de aan hen toegewezen zaak spreken. Dit staat er niet aan in de weg dat rechters ook over een zaak kunnen spreken met collega’s die daar niet bij betrokken zijn.2