Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/4.5.3.8
4.5.3.8 De voornemens omtrent voortzetting of beëindiging van werkzaamheden
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS432011:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ex art. 312 lid 2 letter h.
Art. 333d letter b.
Zie Raaijmakers & Van der Sangen, artikel 312, aantekening 10.
MvT, TK, 1983-1984, 18 285, nr. 3, p. 6.
Al eerder is een betoog gevoerd het voorschrift af te schaffen. Zie Raaijmakers 1986, p. 216. De regeling is in de wet met name voor stichtingen opgenomen. Daaraan was in het oorspronkelijke wetsvoorstel gekoppeld een wettelijk verzetrecht voor degene die het besluit tot fusie moest goedkeuren. Dat verzetrecht is in uit het wetsvoorstel geschrapt. Raaijmakers heeft betoogd dat daarmee de grondslag voor de regeling van art. 312 lid 2 letter h is komen te vervallen, op grond waarvan de bepaling, in ieder geval voor de BV en de NV diende te worden geschrapt.
Artikel 312 lid 2 letter h schrijft voor dat het fusievoorstel de voornemens omtrent voortzetting of beëindiging van werkzaamheden moet vermelden. Daarnaast schrijft artikel 333d letter b voor dat het fusievoorstel de waarschijnlijke gevolgen van de fusie voor de werkgelegenheid vermeldt. Beide voorschriften lijken op elkaar doch zijn verschillend. Dat zijn zij zowel qua achtergrond als qua (letterlijke) inhoud. Voor artikel 333d letter b, alsmede voor een vergelijk wordt verwezen naar § 4.5.2.2.
In § 4.5.2.2 concludeerde ik dat het om praktische redenen voor de hand ligt, de inhoud van de mededelingen die in het voorstel tot fusie moeten worden gedaan over de voornemens omtrent de voortzetting of de beëindiging van werkzaamheden1 en de waarschijnlijke gevolgen van de fusie voor de werkgelegenheid2 op elkaar te laten aansluiten. Daarvoor is bij een grensoverschrijdende fusie nog een extra reden te bedenken. Die kan worden gevonden in de achtergrond van artikel 312 lid 2 letter h. Anders dan artikel 333d letter b is eerstgenoemde bepaling niet gebaseerd op een voorschrift uit een richtlijn. De bepaling is in de Nederlandse wet opgenomen in 1987, bij de uitbreiding van de fusiewetgeving voor de vereniging en de stichting. In de oorspronkelijke regeling voor de BV en de NV was de regeling niet opgenomen.3 De regeling is in de wet verankerd op voorstel van de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn. De vermelding van de voornemens omtrent voortzetting of beëindiging van werkzaamheden was volgens de Minister in het bijzonder van belang voor cliënten van dienstverlenende verenigingen en stichtingen.4 Behalve dat de bepaling niet verplicht is op basis van een richtlijn lijkt de verantwoording ervan ook te liggen buiten het gebied dat bestreken wordt door kapitaalvennootschappen die aan de grensoverschrijdende fusie kunnen deelnemen. De regeling zal in ieder geval in het buitenland geen vanzelfsprekendheid zijn. Voor het fusievoorstel bij een grensoverschrijdende fusie en het pre fusie attest heeft dat tot gevolg dat de bepaling zal moeten worden nageleefd voor de betrokken Nederlandse vennootschappen. Daarmee onderscheidt zich de Nederlandse vennootschap van de buitenlandse. Gevolg is dat het fusievoorstel aandacht dient te besteden aan een onderwerp dat alleen toepassing vindt voor de betrokken Nederlandse fuserende vennootschappen. Waakzaamheid is geboden voor de pre fusie attestafgevende notaris.
Wanneer, als gevolg van het feit dat het onderdeel een onbekende zal zijn bij de betrokken buitenlandse vennootschappen, er geen melding van wordt gemaakt in het fusievoorstel, kan de Nederlandse notaris zijn pre fusie attest niet afgeven en zal een nieuw fusievoorstel moeten worden opgemaakt en openbaar moeten worden gemaakt.
Om in het voorstel tot fusie niet teveel onderscheid te krijgen in mededelingen die slechts gelden ten aanzien van een beperkt aantal fuserende vennootschappen is het praktisch om artikel 312 lid 2 letter h en artikel 333d letter b te combineren. De notaris die het pre fusie attest afgeeft dient wel expliciet na te gaan of in de gecombineerde tekst beide voorschriften zijn nageleefd, dat wil zeggen of het onderdeel van het fusievoorstel met zoveel worden vermeldt wat de voornemens zijn omtrent voortzetting of beëindiging van werkzaamheden en wat de waarschijnlijke gevolgen van de fusie voor de werkgelegenheid zijn.
Het voorschrift is gebaseerd op de wenselijkheid daarvan bij de vereniging en de stichting, is niet gebaseerd op een richtlijn en past niet in de harmonisatiegedachte zoals ik heb beschreven in § 4.5.3.8. Het verdient dan ook aanbeveling artikel 312 lid 2 letter h te schrappen dan wel bij een grensoverschrijdende fusie buiten toepassing te verklaren.5