Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.4.4.c
8.4.4.c Het recht een standpunt kenbaar te mogen maken en vergrijpboeten
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363017:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 5:48 van de Awb.
HR 20 december 1989, nr. 25.469, BNB 1990/102 en HR 19 december 1990, nr. 26.576, BNB 1991/176.
Artikel 5:49 van de Awb.
Paragraaf 12, vierde lid, van het BBBB: “De inspecteur geeft belanghebbende een redelijke termijn waarbinnen hij de aangevoerde gronden kan betwisten. De duur van de termijn voor het betwisten van de inhoud van de kennisgeving is niet voor alle gevallen vooraf vast te stellen. De bedoeling van de verplichte kennisgeving is belanghebbende in staat te stellen gemotiveerde verweren tegen de voorgenomen vergrijpboete aan te voeren. Bij het bepalen van de termijn houdt de inspecteur hiermee rekening. De inspecteur stelt een redelijke termijn voor het betwisten van de gronden in de kennisgeving, rekening houdend met de termijn genoemd in artikel 5:51, eerste lid, van de Awb. In de gevallen waarin dadelijke en ineens invorderbare belastingaanslagen worden opgelegd, kan de termijn, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, zeer kort zijn.”
2010 Report on the Application of the EU Charter of Fundamental Rights of the European Commission, p. 79-80; zie ook Keulemans 2016A onder 2.2.3.
HvJ 7 juni 1983, zaak 100/80, (Musique Diffusion française), punt 21.
Voor alle fiscale vergrijpboeten is de zware procedure van artikel 5:53 van de Awb van toepassing.1 De zware procedure bepaalt dat bij een overtreding het bestuursorgaan steeds een rapport of proces-verbaal opmaakt en de overtreder in de gelegenheid stelt zijn zienswijze naar voren te brengen. Het rapport of het proces-verbaal moet de naam van de overtreder vermelden, de overtreding en het overtreden voorschrift en zo nodig de plaats en het tijdstip van de constatering van de overtreding.2 De kennisgeving moet van dien aard zijn dat de betrokkene in staat is een deugdelijke verdediging op te stellen. Wanneer de inspecteur de boete niet tijdig en toereikend motiveert, behoort de boete te vervallen.3 Het bestuursorgaan moet de overtreder desgevraagd in de gelegenheid stellen de gegevens in te zien waarop het opleggen van de bestuurlijke boete berust, dan wel het voornemen daartoe en daarvan afschriften geven.4 De zware procedure regelt daarmee een recht op informatie, op verzoek een recht op (inzage in) de stukken en een recht een standpunt kenbaar te mogen maken. Nu de belanghebbende in de zware procedure de elementen waarop de belastingdienst de boete wil baseren, kent en inzage heeft in de stukken, moet de belanghebbende als derde deelaspect voldoende tijd krijgen ter voorbereiding van de verdediging. De zware procedure regelt geen termijn waarbinnen de belanghebbende zijn zienswijze moet geven. In paragraaf 12, vierde lid, van het BBBB is wel neergelegd dat als de belastingdienst de zware procedure toepast, de inspecteur aan de belanghebbende een redelijke termijn geeft waarbinnen hij de aangevoerde gronden kan betwisten.5 Ook dit deelaspect van het kenbaarmakingsbeginsel is voor de vergrijpboeten geregeld.
Voor de zware procedure moet een bestuursorgaan, voor zover de verdediging van de belanghebbende dit vergt, zoveel mogelijk de gegevens meedelen in een voor de belanghebbende begrijpelijke taal. Uit het rapport van de Commissie over de toepassing van de grondrechten van het Handvest van 2010 blijkt dat de eerbiediging van de rechten van de verdediging in het bijzonder garandeert dat een verdachte de strafzaak tegen hem begrijpt. Als de verdachte de taal van de strafprocedure niet spreekt, heeft hij recht op tolk- en vertaaldiensten.6 Voor strafzaken is in richtlijn 2010/64/EU van 20 oktober 2010 neergelegd dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat een verdachte of beklaagde die de taal van de strafprocedure niet verstaat, binnen een redelijke termijn een schriftelijke vertaling ontvangt van alle processtukken die essentieel zijn. Op deze wijze moet het recht van verdediging worden gewaarborgd alsmede een eerlijk verloop van de procedure. Nu fiscale boeten een strafrechtelijk karakter hebben, lijkt mij dat voormelde waarborgen ook ten aanzien van fiscale vergrijpboeten spelen. Artikel 5:49 van de Awb lijkt het bestuursorgaan ruimte te geven de stukken aan een belanghebbende te doen toekomen in het Nederlands ook als de belanghebbende de Nederlandse taal niet machtig is. Als de belastingdienst bij vergrijpboeten de stukken niet in een voor de belanghebbende begrijpelijke taal ter beschikking stelt, kan sprake zijn van schending van het kenbaarmakingsbeginsel. Wellicht is het aan de belanghebbende de mogelijkheid geven om de stukken te laten vertalen voldoende.
De voornemens tot het opleggen van fiscale vergrijpboeten verwijzen over het algemeen naar het BBBB en vermelden vaak ook het percentage van het bedrag van de aanslag die als boete in beeld is. Deze werkwijze lijkt mij in beginsel niet strijdig met het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Musique Diffusion française (paragraaf 5.4.1).7 De verwijzing naar het BBBB maakt duidelijk op welke wettelijke bepaling de belastingdienst de voorgenomen boete zal baseren en welk bedrag in beeld is, maar geeft nog geen informatie over het exacte bedrag van de vergrijpboete. Weliswaar geven de wet en het beleid de orde van grootte van het bedrag aan dat de belastingdienst kan opleggen, maar de belastingdienst kan het concrete bedrag nog ten voordele van de belanghebbende aanpassen aan de hand van de feiten en omstandigheden van het specifieke geval. In de rapporten van boekenonderzoeken noemt de controleur vaak wel het feitelijke bedrag van de voorgenomen boete. Op dit punt moet de belastingdienst – gelet op de overweging van het Hof van Justitie – enige voorzichtigheid betrachten. Mijns inziens kan bij het noemen van de voorgenomen boete, het opnemen van woorden als ‘op grond van het BBBB leidt dit in beginsel’ al voldoende zijn. Overigens geeft deze informatie de belanghebbende wel duidelijkheid waar de boete zonder bijzondere omstandigheden op uitkomt. De belanghebbende kan dan nog input leveren waarom hij van mening is dat het boetebedrag anders zou moeten zijn.
Gelet op het vorenstaande voldoet de zware procedure aan de eisen die het kenbaarmakingsbeginsel stelt, mits de belastingdienst de belanghebbende toegang geeft tot de stukken in een begrijpelijke taal respectievelijk de belanghebbende de gelegenheid krijgt de stukken te laten vertalen.