Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/291
Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst; belang WW-uitkering voor hoogte billijke vergoeding (art. 7:671b lid 9 onder c BW).
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:193
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00576
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:193, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1019, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑12‑2024
- Wetingang
Art. 7:671b BW
Essentie
Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst; belang WW-uitkering voor hoogte billijke vergoeding (art. 7:671b lid 9 onder c BW).
Samenvatting
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad dient de rechter de billijke vergoeding te bepalen op een wijze die, en op het niveau dat, aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. Hij dient in de motivering van zijn oordeel inzicht te geven in de omstandigheden die tot de beslissing over de hoogte van de vergoeding hebben geleid. Bij billijke vergoedingen die zijn gebaseerd op ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever, gaat het uiteindelijk erom dat de werknemer voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.