Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.5.3.3:5.5.3.3 Het spreekrecht
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.5.3.3
5.5.3.3 Het spreekrecht
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS436979:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Als vermeld; de tekst van art. 333h lijkt tot een andere conclusie te leiden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een regeling waarbij slechts de certificaathouder die de volmacht heeft en tegen de fusie stemt het recht om uit te treden toekomt, zou tot gevolg hebben dat, wanneer in `oorlogstijd' op rechtmatige wijze de volmacht geweigerd of ingetrokken wordt, het recht tot het doen van het verzoek tot schadeloosstelling vervalt. Dat kan nooit de bedoeling zijn nu de regeling van artikel 333h lid 4 de certificaathouder uitdrukkelijk tracht te beschermen.
Zou, dat overwegende, dan de juiste uitleg kunnen zijn dat de certificaathouder het uittreedrecht ook heeft zonder dat hij een stemvolmacht heeft? Met andere woorden, dient de bepaling zo gelezen te worden dat de certificaathouder die het stemrecht krachtens volmacht uitoefent en tegen de fusie stemt alsook de certificaathouder die van zijn spreekrecht ex artikel 117 lid 2 in de algemene vergadering gebruik maakt en kenbaar maakt tegen de fusie te zijn, het recht op schadeloosstelling toekomt? Ik lees dat niet met zoveel woorden terug in de tekst van artikel 333h.
De situatie zou in dat geval een andere zijn dan die bij het openbaar bod; het hebben van een volmacht is geen vereiste. Voldoende (maar wel vereist) zou dan zijn dat de certificaathouder, gebruikmakend van zijn spreekrecht in de algemene vergadering, aangeeft tegen de voorgenomen grensoverschrijdende fusie te zijn.
Als de uitleg zo zou moeten zijn dat de certificaathouder die van zijn spreekrecht gebruik maakt maar het stemrecht niet heeft1 toch beschermd zou worden, kan zich een heel bijzondere situatie voordoen. Het administratiekantoor kan vóór de fusie stemmen. Daarmee wordt het besluit genomen. Tegelijkertijd kunnen de certificaathouders aangeven tegen de fusie te zijn. Gevolg is dat zij gebruik kunnen maken van hun uittreedrecht met als resultaat dat de aandelen waarvan zij de certificaten houden bij de fusie komen te vervallen. Hadden de certificaathouders die tegen de fusie zijn in dat geval de stemvolmacht gehad dan was de fusie bij gebreke van de vereiste meerderheid wellicht niet doorgegaan.
Theoretisch zou dat kunnen betekenen dat wanneer:
alle aandelen zijn gecertificeerd; en
alle certificaathouders tegen de fusie zijn; maar
het administratiekantoor vóór de fusie stemt,
de fusie doorgaat maar voor de aandelen in de verdwijnende vennootschap geen aandelen worden toegekend in de verkrijgende vennootschap.
Ik onderken direct dat dit voorbeeld waarschijnlijk zuiver theoretisch is. Maar het geeft wel aan dat het systeem niet waterdicht is en zal leiden tot verdere discussies.
Een oplossing voor de praktijk zou in het geschetste systeem kunnen zijn dat het besluit tot fusie wordt genomen onder de voorwaarde dat een vooraf gestelde grens van het aantal certificaten dat op grond van de uittreedregeling zal verdwijnen niet wordt overschreden.