Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.3.4:6.3.4 Tussenconclusie controlevoorschriften
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.3.4
6.3.4 Tussenconclusie controlevoorschriften
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS575642:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij controlevoorschriften zijn er verschillende waarborgen ingebouwd dat de werknemer niet onevenredig wordt geraakt. Allereerst doordat die voorschriften schriftelijk moeten worden gegeven, dus vooraf kenbaar zijn. Daarnaast dat zij redelijk moeten zijn in de zin van niet onnodig belastend én dat de rol van de bedrijfsarts verzekert dat medische privacy niet wordt geschonden. Ten slotte is de maatregel op niet-nakoming niet onomkeerbaar: het opgeschorte loon wordt alsnog uitbetaald als de werknemer zijn verzuim herstelt. Het recht van de werknemer om medische gegevens niet te delen met de bedrijfsarts lijkt vooral op papier te bestaan. De werknemer die dat weigert moet zich een loonopschorting laten welgevallen. Als daardoor het levensonderhoud in het gedrang komt, heeft de werknemer geen echte keus en zal hij onder die druk vaak overstag gaan: ‘Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.’1 Dat de controle door de bedrijfsarts of een verzekeringsarts zwaar weegt, stelt veilig dat niet ziekte het debat domineert, maar arbeidsongeschiktheid wegens ziekte.
De onverwijldheidseis bij de aanzegging is juist als voordeel voor de werknemer bedoeld; hij weet ‘zo spoedig mogelijk’ of hij loon betaald krijgt of niet.2 De onverwijldheidseis lijkt niet in het belang van de werkgever. De werkgever moet de loonopschorting aanzeggen als er redelijkerwijs een vermoeden bestaat dat opschorting aan de orde zou kunnen zijn. Deelt hij het voornemen niet meteen mee dan vervalt de bevoegdheid om later alsnog op te schorten. Een werkgever die bij een vermoeden bijvoorbeeld eerst nader feitenonderzoek wil doen, zou niet meer kunnen opschorten wanneer hij heeft verzuimd zijn voornemen al eerder aan te kondigen en na onderzoek alsnog de grond voor het opschorten vast komt te staan.