Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.3.3
6.3.3 Overtreding van controlevoorschriften
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS580408:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1995/96, 24 439, nr.3, p.20-21, Hof Den Bosch 18 december 2002, JAR 2003/37. Dit lijkt mij ook te passen binnen de vrijheid van artsenkeuze en de vrijheid al dan niet een behandeling te ondergaan. Van der Helm meent dat het Hof de bedoeling van de regering niet juist uitlegt, p.119.
Kamerstukken II 1995/96, 24 439, nr.3, p.63, Hof Leeuwarden 23 oktober 2012, ECLI:NL: GHLEE:2012:BY1290, Ktr. Maastricht 6 september 2012 ECLI:NL:RBMAA:2012:BX7553. Birkhoff en Swets lezen de wet anders: volgens hen is nodig dat de werkgever de werknemer van het opleggen van de sanctie onverwijld kennis geeft, A. Birkhoff en A. Swets, ‘Wat ‘verdient’ een zieke, weigerachtige werknemer?’ ArbeidsRecht 2006/37.
Ktr. Amersfoort, 22 juli 2011, JAR 2011/229.
Ktr. Zwolle 2 juni 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BI9944.
Ktr. Alkmaar 12 november 2008, ECLI:NL:RBALK:2008:BG5043, Ktr. Amsterdam 23 juni 2010, ECLI: NL:RBAMS:2010:BO0125.
Hof Leeuwarden 5 juli 2011, LJN BR0363 waarin de loonstop wel was aangekondigd maar door de eerder verrichte uitbetaling niet was geëffectueerd.
Kamerstukken II 1995/96, 24 439, nr.3, p.21, Hof Den Bosch 18 februari 2014, JAR 2014/86. Van der Helm betwijfelt of opschorting wel een sanctie is, p.120, noot 60.
Na 1 april 2016 te beoordelen aan de hand van art. 7:628 BW (nieuw): recht op loon zonder arbeid, tenzij het niet werken in redelijkheid voor rekening van de werknemer komt.
Vanwege Vixia/Gerrits (JAR 2004/259) en Albert Heijn/L’Kadi (JAR 2005/50).
Voor de werknemer geldt geen wettelijk gebod om de controlevoorschriften na te leven. Er is slechts een sanctie gesteld op niet-nakoming en uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de regering dat bewust heeft gedaan. Een werknemer kan niet worden gedwongen zich te laten controleren door de bedrijfsarts of aan hem bepaalde medische inlichtingen te verschaffen, maar dat heeft dan wel gevolgen voor de loondoorbetaling.1
De werkgever mag namelijk uitbetaling van het loon opschorten tot het moment dat duidelijkheid bestaat over de vraag of de werknemer arbeidsongeschikt is of niet. Voorwaarde daarvoor is volgens artikel 7:629 lid 6 en lid 7 BW dat de werkgever van het voornemen tot opschorting ‘onverwijld’ kennis geeft aan de werknemer, ‘nadat bij hem het vermoeden van het bestaan’ van een opschortingsgrond ‘is gerezen of redelijkerwijs had behoren te rijzen’.2 De kennisgeving hoeft niet schriftelijk. De wet zegt niets over hoe snel de werkgever na de kennisgeving daadwerkelijk gebruik moet maken van zijn opschortingsrecht. Goed werkgeverschap dan wel artikel 6:2 lid 1 BW brengt mee dat dit een redelijke termijn zal moeten zijn. De loonopschorting mag niet met terugwerkende kracht.3 Stelt de werknemer of constateert de rechter dat niet aan de onverwijldheidseis is voldaan, dan ligt het op de weg van de werkgever om bewijs van het tegendeel naar voren te brengen.4 Slaagt hij daar niet in dan zal een loonvordering moeten worden toegewezen.5
Soms heeft een loonopschorting praktisch een beperkt effect.6 Stel dat zich op de 10e van een maand een loonopschortingsgrond voordoet. De werknemer merkt van een loonopschorting dan ongeveer twee weken lang niets tot het loon, zoals meestal, in de laatste week van de maand zou worden uitbetaald. Als de loonopschortingsgrond zich net na uitbetaling voordoet, kan het praktisch effect zelfs tot een maand lang uitblijven. De prikkelwerking voor de werknemer zal dus geregeld met een paar dagen tot aan een maand uitgesteld zijn. Bij het alsnog voldoen vóórdat het effect intreedt, ondervindt de werknemer geen nadelige gevolgen van het niet-naleven van de controlevoorschriften.
Als een loonopschorting achteraf onterecht was omdat de werknemer na controle arbeidsongeschikt blijkt te zijn, dan is de werkgever gehouden om het opgeschorte loon na te betalen, maar hij is daarover geen wettelijke verhoging en wettelijke rente verschuldigd.7 Blijkt de werknemer achteraf inderdaad niet arbeidsongeschikt en de loonopschorting dus terecht, dan moet de loonaanspraak over de verstreken periode worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:627 BW (geen arbeid, geen loon) en artikel 7:628 BW (geen arbeid, toch loon, als de reden van niet-werken in redelijkheid voor rekening van de werkgever komt).8 Een ontslag op staande voet vanwege het niet nakomen van controlevoorschriften komt alleen in beeld als er bijkomende omstandigheden zijn.9