Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.8.4
7.8.4 Meerwaarde van meervoudige besluitvorming
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174144:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Ferejohn & Pasquino 2004, p. 1692.
Zie onder meer: Bauw, Van Dijk & Sonnemans 2013; Baas, De Groot-van Leeuwen & Laemers 2010, p. 153-156; Terlouw 2008, p. 63; Hartmann & Leeuw 2006, p. 60; Drion 2006, p. 194-195; Hermans 2004, p. 1846; Wesseling-van Gent 2003, p. 140-141; Dijksterhuis, Jacobs & De Jongste 2003, p. 47; Terlouw 2003, p. 29; NVvR 2002; Hofhuis 2000, p. 152; Corstens 1999 p. 392-393; De Hullu 1987, p. 148; Staatscommissie 1982, in: Van der Werff m.m.v. Docter-Schamhardt 1995, p. 155; Drabbe 1959, p. 534; Van Heukelom 1859, p. 113.
Hartendorp 2007, p. 74. Zie over tegenspraak ook Hol 2009; Loth 2005, p. 72-75.
Zoals ook Hartendorp (2008, p. 182 e.v.) concludeert.
In gelijke zin: Otte 2010, p. 84.
Meervoudige besluitvorming veronderstelt werken in teamverband, waarbij de beslissers in een sfeer van wederzijds respect bereid zijn om naar elkaars argumenten te luisteren, deze te beoordelen op inhoud en zich er eventueel door te laten overtuigen, waarna zij gezamenlijk tot een beslissing komen. Dat de besluitvorming gezamenlijk tot stand komt, betekent niet dat elk van de deelnemers zich inhoudelijk in de beslissing moet kunnen vinden, maar wel dat elk van hen de beslissing zal respecteren (zie paragraaf 4.4.2). De beraadslaging is dus bedoeld om elkaar te overtuigen in de hoop tot een gemeenschappelijk oordeel te komen. Deze wijze van beraadslagen wordt internal deliberation genoemd en contrasteert met external deliberation, die beoogt de buitenwereld te beïnvloeden. De eerste wijze van beraadslagen treft men meestal aan in rechtscolleges en binnen besturen, de laatste in volksvertegenwoordigingen.1
De beraadslaging in de meervoudige kamer leidt volgens de in dit onderzoek bevraagde rechters en volgens de doctrine tot een kwalitatief betere beslissing.2 Die meerwaarde van meervoudige rechtspraak is niet alleen gebaseerd op cumulatie van kennis, ervaring en inzichten, maar volgens hen minstens zo sterk op de kracht van discussie tussen goed ingevoerde professionals. Rechters vinden in tegenspraak een belangrijke meerwaarde van meervoudige rechtspraak, zo bleek uit de enquête. Voor tegenspraak is het niet voldoende om een aantal mensen bijeen te brengen die tot één standpunt moeten komen. Vereist is dat discussie plaatsvindt die het denken scherpt en tot een beter eindresultaat moet leiden, wat wil zeggen dat de werkelijkheid beter wordt gekend of doorgrond en het recht op juiste wijze wordt toegepast. Een dergelijke discussie kan zich ontwikkelen als een deelnemer een tegengestelde positie inneemt ten opzichte van een ander om een zaak van verschillende kanten te bekijken, hetzij omdat de deelnemer daadwerkelijk twijfelt aan de opvatting van de ander, hetzij om de discussie scherp te voeren teneinde dichter bij de waarheid te komen. Een juiste beslissing wordt idealiter gevonden door te falsifiëren en niet door te verifiëren. Het overleg in de meervoudige kamer versterkt volgens Hartendorp
‘het deliberatieve proces dat een rechter moet doormaken. In een overleg worden de perspectieven van de gespreksdeelnemers op een zaak met elkaar in verbinding gebracht. De gesprekspartners worden in een gesprek gedwongen zich op de ander te richten, zich voor de ander open te stellen en de opmerkingen van de ander in een breder betekenisverlenend perspectief te plaatsen. […] Collegiaal overleg is dus meer dan communicatie en kennisuitwisseling; overleg is een manier van denken die voor de rechtspraak essentieel is.’3
Deze beschrijvingen van het raadkamerproces zijn tot op zekere hoogte herkend in de geobserveerde overleggen. Een van de rechters riep uit nadat een collega een samenvatting had gegeven van het gezamenlijke redeneerproces: ‘Dat had ik willen zeggen! Zo zie je, bij de tiende opmerking kom je al pratende tot wat je zelf niet eerder had bedacht.’ Ook uit het eerdergenoemde voorbeeld van de rechter die na discussie terugkwam op zijn standpunt blijkt het effect van meervoudige behandeling als vorm van tegenspraak.
Tegenspraak was in de raadkameroverleggen overigens niet expliciet georganiseerd. Tegenspraak volgde niet uit een rolverdeling in de discussie, die immers niet werd afgesproken, en evenmin uit hoofdelijke omvraag, die niet werd gedaan, maar uit de mindset van de deelnemers aan het raadkameroverleg. De leden van de meervoudige kamer zijn getraind en gericht op het nemen van een beslissing die genomen wordt na soms scherpe discussie, maar die wel plaatsvindt in een sfeer van samenwerking: we moeten er samen uitkomen.
Al te hoogdravende retoriek over de dialectiek van het debat in de raadkamer is echter niet op zijn plaats. Uit de raadkameroverleggen blijkt dat rechtspraak vooral neerkomt op pragmatische oordeelsvorming gericht op een rechtens juiste beslissing die niet onrechtvaardig is.4 Meervoudig behandeling kan hier sterk aan bijdragen. Een van de rechters zei na afloop van een raadkameroverleg:
‘Een voordeel van meervoudig raadkameren is dat je al pratende verder bouwt, verder redeneert. Maar redeneren kan op zich ook alleen en in een raadkamer is het makkelijk om te zeggen: ja, ik ben het eens. Je moet ook getriggerd worden en anderen triggeren om zelf na te denken.’5
Het succes van het raadkamerproces en uiteindelijk van de kwaliteit van de besluitvorming hangt in hoge mate af van de houding van de deelnemers. Het komt de kwaliteit ten goede als zij zich openstellen voor andere visies, kritisch nadenken over de argumenten en oordelen die in de raadkamer worden geuit en zich vrij voelen om hun oordeel te geven. Zij dienen hiervoor zowel ruimte te nemen als te geven. Idealiter hebben rechters een dergelijke houding, maar zij kan ook worden versterkt tijdens de opleiding en door geregeld meervoudig te zitten. Het is voor rechters en griffiers dan ook bijzonder zinvol om niet alleen in enkelvoudige kamers te werken, maar ook met enige regelmaat deel uit te maken van een meervoudige kamer van wisselende samenstelling. Het omgekeerde geldt ook: de ontwikkeling van een rechter en daarmee de rechtspraak zijn ermee gebaat als een rechter ook zo nu en dan de verantwoordelijkheid voelt om alleen of hoogstens met een griffier een zaak te behandelen en beslissen.