Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.4.2.2:5.4.2.2 Political gerrymandering en standing: Gill v. Whitford (2018)
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.4.2.2
5.4.2.2 Political gerrymandering en standing: Gill v. Whitford (2018)
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233583:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
U.S. Supreme Court 27 juni 2019, 139 S.Ct. 2484 (Rucho v. Common Cause).
U.S. Supreme Court 18 juni 2018, 138 S.Ct. 1916 (Gill v. Whitford). Cunningham 2018, p. 1543-1544, sprak in dit verband nog van een gemiste kans. Ook meent hij dat in geschillen over political gerrymandering voor de rechter wel degelijk een rol is weggelegd: ‘Court intervention is warranted.’ Vgl. ook Foley 2018. Anders: Nordstrand 2018.
Idem, p. 1929-1931.
Idem, p. 1932-1933.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat standing een belangrijke rol speelt bij de wijze waarop de Amerikaanse rechter politiek en maatschappelijk gevoelige geschillen benadert, en hem in een voorkomend geval een handvat kan bieden om dergelijke geschillen buiten de deur te houden, blijkt onder meer uit recente rechtspraak over political gerrymandering. Hoewel het Hof dergelijke geschillen in de zaak Rucho v. Common Cause uit 2019 alsnog als een political question heeft aangemerkt, wist het dit oordeel over de boeg van standing aanvankelijk nog te omzeilen.1
Meer in het bijzonder doel ik dan op de zaak Gill v. Whitford uit 2018.2 Daarin kwamen enkele kiezers in de staat Wisconsin op tegen de wijze waarop bepaalde kiesdistricten binnen deze deelstaat waren vormgegeven. Volgens eisers was de vormgeving van deze kiesdistricten ingegeven door de politieke voorkeur van kiezers. Concreet werkte dit in het voordeel van de Republikeinse Partij. Volgens eisers wist deze partij op deze manier haar meerderheid van het aantal te verdelen zetels te behouden.
Het Hof kwam aan een inhoudelijke beoordeling niet toe. Om een voldoende concreet en individualiseerbaar nadeel te kunnen aannemen, moeten eisers die van mening zijn dat kiesdistricten te veel op basis van de politieke voorkeur van kiezers zijn vastgesteld in ieder geval wonen in een dergelijk district.3 Dat was hier niet het geval. Het beroep van eisers in deze zaak moest tegen deze achtergrond worden geacht te zijn ingegeven door een algemeen gevoel van ongenoegen of onbehagen over een bepaalde situatie of praktijk. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een dergelijk gevoel op zichzelf echter onvoldoende om standing aan te nemen.4