Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/2
Mededingingsrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Verjaring. Follow-on-vorderingen kartelschade (liftenkartel); aanvang verjaringstermijn; is stuitinghandeling door rechtspersoon ook uitgebracht namens andere rechtspersonen van zelfde onderneming?
HR 28-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1764
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 2025
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01598
24/01599
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
EU-recht / Rechtsbescherming
Mededingingsrecht / Mededingingsafspraken
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1764, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:655, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:657, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑04‑2024
- Wetingang
Art. 3:310 BW
Essentie
Mededingingsrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Verjaring. Follow-on-vorderingen kartelschade (liftenkartel); aanvang verjaringstermijn; is stuitinghandeling door rechtspersoon ook uitgebracht namens andere rechtspersonen van zelfde onderneming?
Samenvatting
Art. 3:310 lid 1 BW bepaalt, voor zover hier van belang, dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet de eis dat de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon aldus ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.