De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/3.2:3.2 Het eerste stichtingenrecht (Wet op stichtingen 1956)
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/3.2
3.2 Het eerste stichtingenrecht (Wet op stichtingen 1956)
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS390909:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
3.2.1 Inleiding3.2.2 Voorlopers van de stichting: klassieke doelvermogens en piae causae3.2.3 Achtergrond WS 1956: het tegengaan van rechtsonzekerheid en het voorkomen van misbruik van de vereniging3.2.4 Materiële kenmerken3.2.5 Ontstaansvereisten3.2.6 Doeleinden en soorten stichtingen3.2.7 Bepalingen omtrent de organisatie van de stichting en bestuursmodellen3.2.8 Corrigerende bevoegdheden ten aanzien van bestuurders via de rechter3.2.9 Toezichthoudend orgaan3.2.10 Samenvatting en conclusies