De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.5.1:7.5.1 Aanvang
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.5.1
7.5.1 Aanvang
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174110:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Terlouw deed eenzelfde constatering in haar raadkamer in vreemdelingenzaken (2003, p. 152). Van Duyne & Verwoerd (1985, p. 74) daarentegen namen waar dat in de door hen bijgewoonde raadkamers in strafzaken steeds de jongste rechter als eerste het woord kreeg, gevolgd door de oudste en als laatste de voorzitter, zoals de wet destijds voorschreef. Ook Otte (2010, p. 83) beschrijft deze volgorde in de strafraadkamer.
Zie De Dreu, Nijstad & Knippenberg 2008.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vanaf het moment waarop de aanwezigen na de zitting de rechtszaal hadden verlaten, begonnen rechters en griffier met een nabeschouwing. Soms gingen de toga’s uit en werd er koffie gehaald. Het raadkameroverleg vond plaats in een belendend vertrek, de zittingszaal, de werkkamer van een van de rechters of in een overlegruimte.
Tot 2002 schreef de wet voor dat tijdens de omvraag in de raadkamer de jongste rechter als eerste de gelegenheid moest krijgen zijn oordeel te geven (zie paragraaf 4.3).1 In de geobserveerde overleggen kreeg de jongste rechter eenmaal als het eerste woord bij aanvang van het raadkameroverleg:
Voorzitter: ‘Volgens de traditie – en helaas is die uit de wet gehaald – krijgt eerst de jongste rechter het woord om zich over de zaak uit te laten!’ De jongste rechter steekt van wal.
In een ander overleg kreeg een griffier, die rechter in opleiding was, bij aanvang van de raadkamer van de voorzitter de kans zich als eerste over de zaak uit te spreken. Hij liet deze gelegenheid aan zich voorbijgaan, omdat hij naar eigen zeggen geen ervaring had met de materie. Daarna ontspon zich tussen de rechters een discussie zonder dat hoofdelijk om een oordeel werd gevraagd. De oude wetsregeling was bedoeld om te voorkomen dat jonge rechters in de raadkamer hun opvattingen onvoldoende voor het voetlicht konden brengen. De oude regeling benadrukte echter ook verschillen in status.2 Worden die verschillen ook ervaren? Uit interviews blijkt dat zeker de jonge rechters zich bewust zijn van verschillen in status, die te herleiden zijn tot juridische of rechterlijke ervaring dan wel een positie binnen de rechterlijke macht.
De raadkameroverleggen werden niet formeel geopend. Elke rechter en ook de griffier kon als eerste het woord voeren, zonder om het woord te hoeven vragen. De eerste opmerkingen in het raadkameroverleg waren van diverse aard. Vaak drukten de rechters en griffier er hun gevoelen in uit over het verloop van de zaak en de partijen:
De voorzitter bij de opening van een raadkameroverleg tijdens een schorsing van de zitting: ‘De partijen reageerden nauwelijks op ons voorlopig oordeel.’
Jongste rechter: ‘Wel verschillende types hè, die advocaten!’
Griffier: ‘De advocaten gaan uitstekend met elkaar om, valt me op.’
Oudste rechter: ‘Soms schudden advocaten elkaar confraterneel de hand, soms ook niet – dat is altijd opvallend.’
Griffier: ‘Een verademing, zoals deze zaak loopt.’
Een rechter bij aanvang van een raadkameroverleg tijdens een schorsing van de zitting, waarin om een voorlopig oordeel is gevraagd: ‘Er staan tien minuten voor deze schorsing, terwijl we er maar één nodig hebben.’
Soms startte het beraad met een bespreking van een procedurele kwestie:
Voorzitter: ‘In het dossier komen verder de extra toegevoegde stukken en de wijziging van eis.’
Griffier: ‘Is de eis nu gewijzigd?’
Voorzitter: ‘Ja!’
Jongste rechter: ‘Ja, uiteindelijk wel. Er zijn kleine dingen veranderd. Er is toelichting gegeven aan de hand van de notities. Zijn er verder nog belangrijke dingen?’
En soms ging het overleg bij aanvang direct over de inhoud van de zaak:
Jongste rechter: ‘Deze zaak doet erg denken aan [het arrest] Janssen/Pers.’
Jongste rechter: ‘Om met de verpakking te beginnen: partij M is verantwoordelijk voor de software, partij N voor de hardware. De hardware en de software hadden op elkaar moeten aansluiten. De winst had kunnen zitten in een aanpassing van de lengte en breedte van de verpakking. Had N M daarop moeten wijzen?’
Een enkele keer werd in het inhoudelijke openingswoord meteen de toon gezet voor het vervolg van het overleg:
De voorzitter bij het betreden van de raadkamer tijdens de schorsing van een zitting: ‘Die advocaat denkt dat de zaak niet verjaard is? De zaak is zo verjaard als wat!’
Uit het vervolg van dit raadkameroverleg bleek dat de bijzittende rechters de vordering eveneens als verjaard beschouwden. Aldus luidde ook het dictum in het vonnis.
De rechters raadkamerden na afloop van een zitting bijna altijd zittend aan tafel. Tijdens schorsingen werd een enkele keer ook staande overlegd. Eenmaal liepen de rechters rond en vond het raadkameren afwisselend plaats in de lege zittingszaal en de naastgelegen raadkamer. Het rondlopen om heel kort te raadkameren wordt wel een ‘rondje rond de tafel’ genoemd.