Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.3.2.a:8.3.2.a Besluiten in de zin van de Awb
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.3.2.a
8.3.2.a Besluiten in de zin van de Awb
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363034:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 1988/89, 21 221, nr. 3, MvT, onder artikel 1.3, p. 36.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 2.1.1 is al besproken dat een besluit een schriftelijke beslissing is van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (artikel 1:3, eerste lid, van de Awb). Van een beschikking is sprake als het besluit niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan (artikel 1:3, tweede lid, van de Awb). Het besluitenbegrip en specifiek het beschikking-begrip van de Awb sluiten daarmee mooi aan bij het eveneens individuele karakter van het materiële besluitenbegrip, dat het Hof van Justitie hanteert in het kader van het kenbaarmakingsbeginsel. Echter, de Awb bepaalt dat sprake moet zijn van een schriftelijke beslissing. Volgens de Memorie van Toelichting betekent dit niets meer dan dat het besluit/de beschikking uit een schriftelijk stuk kenbaar moet zijn om aan de definitie te voldoen.1 De Awb regelt daarmee geen rechten ten aanzien van mondelinge besluiten en feitelijke handelingen. Het kenbaarmakingsbeginsel is op dergelijke voorgenomen mondelinge besluiten of voorgenomen feitelijke handelingen wel van toepassing. Ten aanzien van het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht kan de vraag worden gesteld of dit verschil tussen het Nederlandse systeem en de materiële benadering van het besluitenbegrip vanuit het Unierecht in de praktijk tot problemen zal leiden. Niet-schriftelijke besluiten zijn in het douanerecht mogelijk, maar daarvoor is het kenbaarmakingsbeginsel gecodificeerd en het ruimere besluitenbegrip neergelegd in de ADW (paragraaf 2.2). Ten aanzien van het recht een standpunt naar behoren en effectief kenbaar te mogen maken is voor die besluiten niet de Awb, maar het DWU en de ADW bepalend. Andere niet-schriftelijke fiscale besluiten, waarbij het verschil in objectieve reikwijdte tussen het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en de reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel kan leiden tot strijdige resultaten met het kenbaarmakingsbeginsel, zijn mij niet bekend. Ik sluit hun bestaan overigens niet uit. Ik verwacht niet dat dit verschil in besluitenbegrip in een groot aantal gevallen tot problemen zal leiden.