Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.2.1
4.2.1 Inleiding
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS385290:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Uit de parlementaire geschiedenis is niet goed op te maken waarom gekozen is voor het stemrechtloze aandeel in deze eenvoudige vorm. In de literatuur - ik verwijs naar hoofdstuk 1 - zijn pogingen gedaan om het stemrechtloze aandeel vorm te geven. Zie bijvoorbeeld Faasen 1989; Schwarz 1990; Eisma & De Keijzer 1994 en Buijs 1995.
Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6, p. 16 (NV II). Dat neemt niet weg dat differentiatie van stemrecht wel mogelijk is door de bevoegdheid van besluiten die niet dwingendrechtelijk aan de algemene vergadering toekomt statutair toe te kennen aan een vergadering van een houders van aandelen van een bijzonder soort of aanduiding. Zie hierover Ten Berg 2012, p. 616 en Boschma & Kuijers-Tollenaar 2013, p. 105.
In hoofdstuk 2 besprak ik het stemrechtloze aandeel op hoofdlijnen. Zoals opgemerkt, heeft de wetgever gekozen voor een eenvoudig stemrechtloos aandeel.1 In deze paragraaf ga ik nader in op het stemrechtloze aandeel van art. 2:228 lid 5 BW.
Kenmerken (op hoofdlijnen) van het stemrechtloze aandeel
BW Boek 2 art.
1.
Het stemrechtloze aandeel kan statutair worden gecreëerd voor uitgifte of na uitgifte daarvan.
228 lid 5
2.
Na uitgifte van een aandeel kan het daaraan verbonden stemrecht slechts worden ontnomen indien alle houders van die aandelen daarmee instemmen.
228 lid 5
3.
De stemrechtloze aandeelhouder heeft alle aandeelhoudersrechten, behalve het stemrecht in de algemene vergadering en het voorkeursrecht ex art. 2:206a BW, tenzij – wat het voorkeursrecht betreft – de statuten anders bepalen. Zo heeft de stemrechtloze aandeelhouder wel vergaderrecht en winstrecht.
228 lid 5
4.
Stemrechtloze aandeelhouders kunnen een enquêteverzoek indienen.
346
5.
Stemrechtloze aandeelhouders kunnen zich tot de rechter wenden met de vordering tot vernietiging van een besluit. Hierbij speelt de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid een rol.
15 jo. 8
6.
Uit de definitie van de BV volgt dat er ten minste één aandeel met stemrecht moet zijn, zodat in de algemene vergadering altijd tot besluitvorming kan worden overgegaan. Daarvoor is – uiteraard – stemrecht vereist.
175
7.
Een aandeel kan niet zowel stemrechtloos als winstrechtloos zijn. Aan een stemrechtloos aandeel zal daarom altijd recht op uitkering van winst of reserves, al dan niet beperkt, verbonden moeten zijn.
190, 228 lid 5 216 lid 7
8.
Geheel stemrechtloos is het stemrechtloze aandeel niet. In een aantal gevallen is aan de stemrechtloze aandeelhouder bijzondere rechten toegekend, althans is een aparte regeling ter bescherming van de positie van de stemrechtloze aandeelhouder getroffen
Zie par. 6.2.3.6 en 6.2.3.7
9.
Het is niet mogelijk om met de stemrechtloosheid van het stemrechtloze aandelen te variëren per besluit. Het stemrecht ontbreekt voor alle besluiten in de algemene vergadering.2