Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.2.4
4.2.4 Mijn definitie van het stemrechtloze aandeel
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS386510:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook het advies d.d. 20 september 2007 van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van de Nederlandse Orde van Advocaten en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, par. 2.3, p. 2.
Met ‘één aandeel met stemrecht’ wordt bedoeld een aandeel met stemrecht in de algemene vergadering. Iedere vennootschap heeft een algemene vergadering nodig waarin besluiten genomen kunnen en moeten worden. Er moet dus altijd een aandeel met stemrecht in de algemene vergadering zijn, zo leert Kamerstukken I 2011/12, 31 058 en 32 426, nr. C, p. 8 (MvA I). ‘Bij gelegenheid’ zal de wettekst van art. 2:175 BW worden aangepast en na de woorden ‘één aandeel met stemrecht’ zal worden toegevoegd “in de algemene vergadering”, zie Kamerstukken I 2011/12, 31 058, nr. E, p. 24 (Nadere MvA I).
Kamerstukken I 2011/12, 31 058 en 32 426, nr. C, p. 7 (MvA I). De stemrechtloze aandeelhouder heeft wel stemrecht in de vergadering van houders van stemrechtloze aandelen als apart orgaan in de zin van art. 2:189a BW.
Art. 2:178 lid 1 BW.
Art. 2:190 lid 1 BW.
In de literatuur is geen eenduidige definitie van ‘aandeel’ te vinden. De wetgever gaat uit van een negatieve definitie. Vast staat wel dat een aandeel een vermogensrecht is. Rechten die stemrecht noch aanspraak op uitkering van winst of reserves omvatten, worden niet als een aandeel aangemerkt. Hoe is het stemrechtloze aandeel in de BV te kwalificeren en te definiëren?1
De BV is krachtens art. 2:175 BW als een rechtspersoon met een in een of meer overdraagbare aandelen verdeeld kapitaal. De aandelen zijn op naam gesteld. Een aandeelhouder is niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn aandelen behoort te worden gestort in de verliezen van de vennootschap bij te dragen, onverminderd het bepaalde in art. 2:192 BW. Ten minste één aandeel met stemrecht wordt gehouden door een ander dan en anders dan voor rekening van de vennootschap of een van haar dochtermaatschappijen.2
Mijn definitie van het stemrechtloze aandeel luidt als volgt:
Het stemrechtloze aandeel is een vermogensrecht op naam, in de vorm van een aandeel uitgegeven door de BV, dat kapitaal in een BV vertegenwoordigt, waaraan de rechten volgens de wet en de statuten van de BV zijn verbonden, waaronder het recht – al dan niet beperkt – op winst en/of reserves van die BV, doch aan welk aandeel geen stemrecht in de algemene vergadering is verbonden.
Het element vermogensrecht in de definitie geeft de koppeling met art. 3:6 BW. Het element ‘in de vorm van een aandeel uitgegeven door de BV’ sluit aan bij de eerder weergegeven discussie en kwalificatievraag ‘wat is een aandeel’? Dat maakt duidelijk dat het stemrechtloze aandeel een statutaire basis heeft en de lidmaatschapsverhouding weergeeft. Bij oprichting van de BV wordt het aandeel geplaatst dan wel na oprichting na een emissiebesluit van de algemene vergadering uitgegeven. Het element ‘het recht op winst en/of reserves’ geeft aan dat de aandeelhouder van het stemrechtloze aandeel recht heeft op de winst van de BV conform het bepaalde in art. 2:216 BW en dat die aandeelhouder recht heeft op de reserves, zoals het liquidatiesaldo bij ontbinding van de vennootschap (art. 2:23b BW).
Conform het bepaalde in art. 2:216 lid 7 BW kan sprake zijn van een beperkt recht op winst en/of reserves. Tot slot brengt de definitie tot uitdrukking dat de stemrechtloze aandeelhouder stemrecht in de algemene vergadering ontbeert.3
De statuten vermelden het nominale bedrag van de aandelen. Zijn er aandelen van verschillende soort, dan vermelden de statuten het nominale bedrag van elke soort. Indien de statuten bepalen dat er een maatschappelijk kapitaal is, dan wordt het bedrag daarvan vermeld. De akte van oprichting vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan.4 Zoals in paragraaf 3.2 als hoofdregel aan de orde kwam, moet bij het nemen van het aandeel daarop het nominale bedrag worden gestort. Bedongen kan worden dat het nominale bedrag of een deel daarvan eerst behoeft te worden gestort na verloop van een bepaalde tijd of nadat de vennootschap het zal hebben opgevraagd.5