Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/6.14
6.14 Additionele criteria voor cram down van tegenstemmende klassen
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
R.F. Broude, Reorganizations under Chapter 11 of the Bankruptcy Code, Law Journal Press, 2013, p. 12-20 en 13-1 en 13-13.
§ 1129(b) US Bankruptcy Code. Zie voorts o.a. G.F. Munitz, The Chapter 11 Plan: Proposal, Confirmation and the Effect of Confirmation, 890, PLI, 2006.
§ 1129(b) US Bankruptcy Code: “…if the plan does not discriminate unfairly and is fair and equitable, with respect to each class of claims or interests that is impaired under, and has not accepted, the plan.”
B.A. Markell, A New Perspective on Unfair Discrimination in Chapter 11, 72 Am. Bankr. L. J. 227 (1998); R.F. Broude, Reorganizations under Chapter 11 of the Bankruptcy Code, Law Journal Press, 2013, § 13.03.
In dezelfde zin lees ik B.A. Markell, A New Perspective on Unfair Discrimination in Chapter 11, 72 Am. Bankr. L. J. 227 (1998), p. 247-248: “Chapter 11 provide[s] a method for allocating reorganization value; (…) Vertical expectations [are] the province of the fair and equitable rule, with its focus on allocating value to classes in a manner consistent with prebankruptcy priorities. Horizontal expectations among creditors and holders of similar priority [are] left to the unfair discrimination requirement”. Zie echter voor een mogelijk striktere uitleg paragraaf 6.14.4 hierna.
B.A. Markell, A New Perspective on Unfair Discrimination in Chapter 11, 72 Am. Bankr. L. J. 227 (1998), p. 247: “It is key that the fair and equitable requirement covers questions of proper allocation of reorganization value among classes having different priorities. The absolute priority component of that rule sets forth fairly understandable terms for allocating reorganization value among secured creditors, unsecured creditors and equity holders.”
Gewaardeerd overeenkomstig § 506(a)(1) van de US Bankruptcy Code op basis van het voorgestelde gebruik zoals bepaald in Re Associates Commercial Corp. v. Rash, 520 U.S. 953, 117, S.Ct. 1879, 138 L.Ed.2d 148 (1997). Zie voor een nadere uiteenzetting van de inhoud van de fair en equitable toets ten aanzien van een klasse van tegenstemmende gesecureerde crediteuren paragraaf 6.14.2 hierna.
Deze twee elementen van de fair and equitable toets zijn overigens niet limitatief; vgl. § 1129(b)(2) US. De US Bankruptcy Code brengt dit tot uitdrukking door gebruik van het woord “includes”. Zie nader over de absolute priority rule paragraaf 6.14.3 hierna.
De bovengenoemde minimale homologatiecriteria die gelden voor alle akkoorden, strekken ertoe tegenstemmende crediteuren binnen een vóór stemmende klasse te beschermen en hebben dan ook betrekking op de behandeling van individuele crediteuren of aandeelhouders. Een klasse als geheel behoeft bij een consensual plan geen bescherming. Bij een consensual plan heeft iedere klasse immers vóór gestemd.
Bij een non-consensual plan daarentegen hebben één of meer klassen tegen gestemd. De additionele vereisten die gelden voor het homologeren van een non-consensual plan (cram down) strekken ertoe tegenstemmende klassen als geheel te beschermen en hebben dan ook (uitsluitend) betrekking op de behandeling van tegenstemmende klassen als geheel.1
De twee belangrijkste additionele economische criteria voor het homologeren van een non-consensual plan zijn de “no unfair discrimination” en de “fair and equitable” test.2 Indien niet alle klassen met het akkoord hebben ingestemd, dient de rechter het akkoord alsnog te homologeren als ten opzichte van iedere klasse die tegen heeft gestemd geen sprake is van unfair discrimination en het akkoord ten opzichte van de tegenstemmende klasse als fair and equitable is aan te merken.3 Omdat de no unfair discrimination en fair and equitable criteria niet van toepassing zijn op individuele crediteuren binnen een klasse maar slechts van toepassing zijn op een tegenstemmende klasse als geheel, worden deze criteria aangeduid als “class rights”.4
De no unfair discrimination en fair and equitable criteria strekken ertoe zeker te stellen dat een tegenstemmende klasse overeenkomstig haar rang deelt in de reorganisatiewaarde.5 De no unfair discrimination toets waarborgt in de horizontale verhouding dat een tegenstemmende klasse niet minder ontvangt dan andere klassen met dezelfde rang (tenzij daarvoor een goede zakelijke reden bestaat). De fair and equitable toets waarborgt in de verticale verhouding dat een tegenstemmende klasse deelt in de reorganisatiewaarde overeenkomstig haar positie in de hiërarchie tussen klassen met verschillende rang.6
De fair and equitable toets bestaat uit twee elementen. Ten eerste vereist de fair and equitable toets dat een tegenstemmende klasse van gesecureerde crediteuren, (te) kort gezegd, in een bepaalde vorm niet minder ontvangt dan de reorganisatiewaarde van het onderpand.7 Ten tweede vereist de fair and equitable toets dat, zolang een tegenstemmende klasse van ongesecureerde schuldeisers of aandeelhouders niet volledig is voldaan, een lager gerangschikte klasse geen waarde mag ontvangen. Dit tweede element van de fair and equitable toets is de bekende absolute priority rule.8
Een afwijking van de wettelijke verdeling van de reorganisatiewaarde is toegelaten, mits alle betrokken klassen daarmee instemmen. De bescherming die individuele tegenstemmers binnen een (voor stemmende) klasse dan genieten, is dat zij minimaal hun wettelijk aandeel moeten ontvangen van de liquidatiewaarde (best interests test).
6.14.1 Geen unfair discrimination tussen klassen van dezelfde rang6.14.2 Fair and equitable treatment tegenstemmende gesecureerde klassen6.14.3 Absolute priority rule voor de overige tegenstemmende klassen6.14.4 Gifting6.14.5 New value exception