Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/10.15.7
10.15.7 Hoger beroep en cassatie
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. (impliciet) artikel 381 Voorontwerp, art. 360 Rv, artt. 157, 159 en 161 Fw; anders R.D. Vriesendorp, Het buitengerechtelijk akkoord en het conceptvoorstel WCO II, Preadvies voor de Vereeniging Handelsrecht, Uitgeverij Paris, 2014, p. 100. Vriesendorp constateert dit onduidelijk is onder het Voorontwerp maar vermoedt dat het instellen van een rechtsmiddel geen schorsende werking heeft.
Zie ook paragraaf 8.2.1 hiervoor. Zie in dezelfde zin de consultatiereactie van De Brauw Blackstone Westbroek, 15 december 2014, p. 8.
Toelichting p. 75.
Zie hierover verder paragrafen 6.15 en 7.14 hierboven.
Zie in dit kader ook Europese Commissie, Aanbevelingen inzake een nieuwe aanpak van faillissement en insolventie, 12 maart 2014, C(2014) 1500 final, aanbeveling 24.
Artikelen 379 en 380 van het Voorontwerp stellen tegen een beslissing tot algemeen verbindend verklaring hoger beroep en cassatie open. De termijn voor het instellen van beroep is acht dagen. De behandeling dient plaats te vinden binnen 14 dagen na het indienen van het beroepschrift (artikel 379 lid 4 Voorontwerp). Het instellen van beroep schorst in beginsel de uitvoerbaarheid van het akkoord.1 Hoewel de termijnen kort zijn, is niet realistisch om te veronderstellen dat een hoger beroeps- en cassatieprocedure binnen een termijn van 3 à 4 maanden is af te ronden. Voor veel ondernemingen zal dat te lang duren.
Het feit dat hoger beroep en cassatie tegen de beslissing tot algemeen verbindend verklaring openstaat en dat het instellen van beroep schorsende werking heeft, zal de bruikbaarheid van de regeling in het Voorontwerp ernstig aantasten. Het verdient daarom sterk de voorkeur om tegen de beslissing tot algemeen verbindend verklaring geen beroep open te stellen.2
De Toelichting merkt op dat bij het openstellen van hoger beroep en cassatie “is aangesloten bij de regeling van de scheme of arrangement.”3 Dit is zeer betrekkelijk. Het Voorontwerp is op dit punt aanzienlijk minder werkbaar dan de Engelse scheme of arrangement en de Amerikaanse Chapter 11 procedure. Bij zowel de Engelse als de Amerikaanse procedure staat hoger beroep weliswaar in theorie open, maar heeft hoger beroep weinig zin omdat het instellen van hoger beroep de uitvoering van het akkoord niet verhindert en, indien het hoger beroep slaagt, de gevolgen van het akkoord niet ongedaan hoeven te worden gemaakt voor zover dat niet mogelijk is (geen “unscrambling the egg”).4
Voor zover de wetgever de mogelijkheid van hoger beroep niettemin zou willen handhaven, zou op zijn minst naar analogie van het Amerikaanse en Engelse recht moeten worden bepaald dat het instellen van beroep de verbindendheid en de uitvoerbaarheid van het akkoord niet schorst, dat de gevolgen van het akkoord niet ongedaan hoeven te worden gemaakt voor zover dat onmogelijk is en dat schorsing van het akkoord hangende het beroep op verzoek van een partij kan worden bevolen, doch slechts indien en voor zover de verzoeker zekerheid stelt voor de schade die als gevolg van de schorsing zou kunnen optreden. Zie in dit verband ook de aanbevelingen van de Europese Commissie: “In het belang van de schuldeisers die het herstructureringsplan steunen, zou het beroep niettemin in beginsel de uitvoering van het herstructureringsplan niet mogen schorsen”.5