Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.17
4.7.17 The Man in Black
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS301739:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 2 april 1998, nr. C-296/95, The Queen and Commissioners of Customs and Excise vs. EMU Tabac SARL, The Man in Black Ltd, J. Cunningham, in tegenwoordigheid van Imperial Tobacco Ltd. (voorhanden hebben, lidstaat waar accijns verschuldigd is, aankoop via vertegenwoordiger), Jur. 1998, p. I-1605, r.o. 33.
Art. 10 Accijnsrichtlijn.
HvJ EG 2 april 1998, nr. C-296/95, The Queen and Commissioners of Customs and Excise vs. EMU Tabac SARL, The Man in Black Ltd, J. Cunningham, in tegenwoordigheid van Imperial Tobacco Ltd. (voorhanden hebben, lidstaat waar accijns verschuldigd is, aankoop via vertegenwoordiger), Jur. 1998, p. I-1605, r.o. 49.
Art. 2c lid 2 Wa.
HvJ EG 14 januari 1982, nr. 64/81, Nicolaus Corman & fils SA vs. Hauptzollamt Gronau (consumptie-ijs), Jur. 1982, p. 13, r.o. 8.
Art. 52a lid 1 onderdeel b Wa.
Art. 51a onderdeel c Wa.
Art. 53a lid 1 Wa.
De achtste overweging van de considerans van de Accijnsrichtlijn luidt: ‘Overwegende dat accijnsproducten die gekocht worden door een andere persoon dan een erkend entrepothouder, een geregistreerd of niet-geregistreerd bedrijf, en die door de verkoper of voor diens rekening rechtstreeks of indirect worden verzonden of vervoerd, in de lidstaat van bestemming aan de accijns moeten worden onderworpen’. Van eigen verbruik door particulieren was geen sprake toen The Man in Black die particulieren benaderde om bij hem, binnen de hoeveelheidsgrenzen, tabak en sigaretten te bestellen, die hij uit Luxemburg en Frankrijk betrok en via een beroepsgoederenvervoerder deed afleveren bij de particuliere kopers in het VK. Volgens het HvJ EG in het arrest-The Man in Black (1998) is geen sprake van eigen verbruik als de natuurlijke persoon de aangekochte accijnsgoederen niet persoonlijk zelf naar zijn eigen lidstaat vervoert, maar dat laat doen door iemand anders (met handelsmotieven).1 Voor de toepassing van de Accijnsrichtlijn is die iemand dan partij bij een verkoop op afstand 2, waardoor de accijns verschuldigd is in de lidstaat van bestemming en niet in de lidstaat van herkomst.3 Aangezien de accijnstarieven in het VK beduidende hoger liggen dan in Frankrijk en Luxemburg, was het voordeel van de constructie van The Man in Black daarmee geheel verdampt. Het voorhanden hebben van de wijn in de lidstaat van bestemming wordt dan aangemerkt als uitslag tot verbruik.4
The Man in Black had nog het Romeinsrechtelijke adagium qui facit per alium facit per se (een persoon die handelt door tussenkomst van een lasthebber, moet worden geacht zelf te hebben gehandeld) in stelling gebracht, maar het HvJ EG voelde er niets voor The Man in Black daarin te volgen, omdat de communautaire rechtsorde voor de omschrijving van haar begrippen in beginsel niet aanknoopt bij een of meer nationale rechtsstelsels, dus ook niet bij het Romeinsrechtelijke, tenzij, zoals gezegd, zulks uitdrukkelijk zou zijn bepaald, hetgeen in de regeling voor particulieren niet het geval is.5 Zelfs als zouden alle lidstaten dit adagium gemeen hebben, dan nog is dit beginsel van verbintenissenrecht uit het Romeins recht niet noodzakelijkerwijs van toepassing in het belastingrecht, dat zo zijn eigen doelstellingen heeft.
De accijns wordt verschuldigd op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden hebben van het accijnsgoed6 en geheven van degene die het voorhanden heeft.7 De verschuldigde accijns moet uiterlijk op de dag na de dag van aanvang van het voorhanden hebben op aangifte worden voldaan.8