Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.20
4.7.20 Atypische wijze verkrijging energieproducten
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS305306:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
De staatssecretaris is blijven vasthouden aan de uitdrukking ‘atypisch’ ondanks geducht verzet tegen die term vanuit de Tweede Kamer. Kamerstukken II 1992/93, 22 697, nr. 8, p. 20-21.
HvJ EG 15 november 2007, nr. C-330/05, Strafzaak tegen Per Fredrik Lennart Granberg, te Tavelsjö, r.o. 37 en 40.
HvJ EG 3 december 1998, nr. C-247/97, Marcel Schoonbroodt, Marc Schoonbroodt en Transports A.M. Schoonbroodt SPRL vs. België, Jur. 1998, p. I-8095, r.o. 29.
Art. 9 lid 3 Accijnsrichtlijn. Art. 2d lid 2 Wa. HvJ EG 27 november 2003, nr. C-185/00, EC en Zweden vs. Finland, Jur. 2003, p. I-14189.
Art. 10 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Vgl. art. 2e lid 1 Wa.
Kamerstukken II 1992/93, 22 697, nr. 5, p. 5-6.
Art. 8 Accijnsrichtlijn.
Evaluatieverslag art. 7 t/m 10 en wijzigingsvoorstel Accijnsrichtlijn EC 2004, p. 29.
HvJ EG 2 april 1998, nr. C-296/95, The Queen and Commissioners of Customs and Excise vs. EMU Tabac SARL, The Man in Black Ltd, J. Cunningham, in tegenwoordigheid van Imperial Tobacco Ltd. (voorhanden hebben, lidstaat waar accijns verschuldigd is, aankoop via vertegenwoordiger), Jur. 1998, p. I-1605.
Art. 9 lid 3 Accijnsrichtlijn.
Art. 51a onderdeel d Wa.
Art. 52a lid 1 onderdeel c Wa.
Art. 53a lid 1 Wa.
Ook voor energieproducten geldt, dat particulieren voor eigen verbruik energieproducten kunnen aankopen en deze zelf meenemen naar hun woonplaats in een andere lidstaat, zonder dat in die andere lidstaat (opnieuw) accijns wordt geheven.
Wanneer dit gebeurt in normale kleinhandelsverpakkingen, zoals een jerrycan of benzineblik, of in de brandstoftank van een voertuig, is dit geen probleem en wordt in de lidstaat van verbruik geen accijns meer geheven. Om te voorkomen dat particulieren grootschaliger energieproducten rechtstreeks in andere lidstaten gaan kopen, kunnen de lidstaten energieproducten waarvan in de lidstaat van verkrijging de accijns al is geheven en welke op een zogenoemde atypische (= ongebruikelijke, ongewone) wijze worden vervoerd door particulieren of door derden voor rekening van particulieren, eveneens belasten.
Een atypische wijze van vervoer is het vervoer van brandstoffen anders dan in de normale brandstoftank van voertuigen, in een jerrycan, passend reserveblik of ander draagbaar reservoir, alsmede het vervoer van vloeibare verwarmingsproducten anders dan in tankwagens die voor rekening van bedrijven worden gebruikt dan wel anderszins op ongebruikelijke of ongewone wijze.1 Elk vervoer van vloeibare verwarmingsproducten anders dan in een tankwagen moet worden aangemerkt als atypisch vervoer.
Het vervoer door een particulier van huisbrandolie in een zogeheten IBCcontainer (Intermediate Bulk Container, die op zich goedgekeurd kunnen zijn voor bedrijfsmatig vervoer van gevaarlijke stoffen, waaronder vloeistoffen) in de laadruimte van een bestelwagen, is vervoer dat de gebruikelijke hoeveelheden voor particulier verbruik ver te boven gaat en derhalve atypisch voor particulieren. Vervoer van huisbrandolie door een particulier die geen gebruik maakt van een tankwagen, doch van een gewone bestelwagen is een vorm van atypisch vervoer. Hieraan doet, aldus het HvJ EG in het Granberg-arrest (2007) niet af dat de huisbrandolie door Granberg werd vervoerd in drie IBC-containers.2 De Accijnsrichtlijn verzet zich overigens niet tegen een voorschrift van de lidstaat van bestemming waarbij degene die minerale oliën atypisch vervoert een zekerheid moet stellen om de betaling van de accijns te waarborgen en in het bezit moet zijn van een VGD en van een document waaruit blijkt dat deze zekerheid gesteld is.
Volgens het HvJ EG in het Schoonbroodt-arrest (1998) leidt het inbouwen van een extra brandstoftank in de particuliere personenauto tot atypisch vervoer van energieproducten.3 Wat vloeibare verwarmingsbrandstoffen betreft, is atypisch de verkrijging door middel van vervoer anders dan in tankwagens die voor rekening van een ondernemer worden gebruikt.4 Hieronder valt ook de particulier die voor eigen rekening een tankauto met huisbrandolie uit een andere lidstaat laat voorrijden. Komt overigens diezelfde tankauto voor rekening van de verkoper voorrijden, dan is sprake van een afstandsverkoop van een accijnsgoed vanuit een andere lidstaat naar Nederland, een levering die als uitslag wordt aangemerkt.5 Het criterium ‘atypisch vervoer’, dat, zoals gezegd, particulier verbruik van handelsdoeleinden scheidt door gebruikelijke kleinhandelsverpakkingen en hoeveelheden die niet van voor particulieren ongebruikelijke (‘atypische’) omvang mogen zijn, omvat in de praktijk sterk beperkende factoren: de kansen op lekkage, ontploffingsgevaar, opslagproblemen, aansprakelijkheid, het relatief beperkte heffingsbelang en het perspectief van de dubbele accijnsdruk bij het tegen de olielamp lopen.6 De ratio van deze bepaling is dat deze de lidstaten de mogelijkheid geeft fiscale maatregelen te nemen die leiden tot een algemeen verbod op het vervoer van minerale oliën met andere vervoermiddelen en kleinverpakkingshoeveelheden dan die welke daarvoor uitdrukkelijk zijn erkend. Elk toegelaten vervoer, dat wil zeggen vervoer voor handelsdoeleinden door een handelaar, is in de lidstaat van bestemming belast, en elke atypische wijze van vervoer, is onverminderd de toepassing van andere maatregelen op het gebied van de veiligheid van het vervoer, eveneens in de lidstaat van bestemming belast. Met deze bepaling hebben de lidstaten, als gevolg van de nog altijd bestaande accijnstariefsverschillen een instrument in handen om minerale oliën uit te sluiten van de toepassing van het fundamentele internemarktbeginsel.7 Terecht is de EC (2004) in haar verslag aan de Raad van mening, dat geen maatregelen mogen worden gehandhaafd die afwijken van het algemene beginsel van het vrije verkeer van goederen door particulieren. Een bepaling die afwijkt van het internemarktbeginsel zal ook geen aanvaardbare oplossing kunnen brengen voor het probleem van de veiligheid van het vervoer van minerale oliën door particulieren.8
Wanneer accijnsgoederen, zoals alcoholhoudende dranken, tabak en sigaretten, voor eigen gebruik worden gekocht in de lidstaat van herkomst en vervolgens naar de lidstaat van bestemming worden gebracht naar de particuliere koper door een persoon die daarvoor een commissie ontvangt, die tevoren in de lidstaat van bestemming particuliere afnemers heeft benaderd en het vervoer van de goederen organiseert, is de accijns verschuldigd in de lidstaat van bestemming.9 Het zal particulieren relatief veel inspanningen kosten om op atypische wijze energieproducten van de ene lidstaat naar de andere lidstaat te vervoeren. De verkrijging door een natuurlijke persoon van veraccijnsde energieproducten uit een andere lidstaat die op atypische wijze door particulieren of door derden voor rekening van die particulieren worden vervoerd, is belast in de lidstaat van bestemming.10
De accijns wordt geheven van degene voor wiens rekening de energieproducten worden vervoerd dan wel van degene die de energieproducten verkrijgt.11 De accijns wordt verschuldigd op het tijdstip van aanvang van het voorhanden hebben van het accijnsgoed in de lidstaat van bestemming dan wel op het tijdstip van de verkrijging van het accijnsgoed.12 De verschuldigde accijns moet uiterlijk op de dag na de aanvang van het voorhanden hebben in de lidstaat van bestemming dan wel de verkrijging van het desbetreffende accijnsgoed op aangifte worden voldaan.13