Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.1:4.7.1 Hoofdregel
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.1
4.7.1 Hoofdregel
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS300517:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdregel van het Europese accijnsregime ter vaststelling van de plaats waar de accijns moet worden geheven1, luidt dat accijns verschuldigd is op de plaats (in de lidstaat) waar de goederen voor het eerst tot verbruik worden uitgeslagen.2 De Accijnsrichtlijn heeft met ingang van 1 januari 1993 voorzien in continuering van de heffing op basis van het bestemmingslandbeginsel, die aansluit op de afgeschafte binnengrenzen. Het bestemmingslandbeginsel heeft zijn toepassing doordat de kern van het accijnsregime, het stelsel van onderling verbonden belastingentrepots en de schorsingsregeling, ervoor zorgt dat de heffing geschorst blijft zolang de goederen zich binnen dat stelsel bevinden en de accijns eerst ter gelegenheid van de uitslag tot verbruik uit het stelsel verschuldigd wordt in de lidstaat van bestemming naar het aldaar geldende accijnstarief.3 Dit maakt het ondernemers lastig en onaantrekkelijk om met toepassing van de hoofdregel reeds uitgeslagen accijnsgoederen over te brengen voor handelsdoeleinden naar een andere lidstaat waar de accijnstarieven hoger zijn. Het overgrote deel van de accijnsgoederen wordt door Europa voortgestuwd en voorhanden gehouden onder de schorsingsregeling (onveraccijnsde goederen). Slechts een gering percentage intracommunautaire transacties voor handelsdoeleinden vindt buiten de schorsingsregeling plaats (veraccijnsde goederen). In sommige sectoren, zoals de wijnbranche, bestaan weliswaar kleine, maar toch handelsstromen van betekenis in veraccijnsde goederen waarbij deze direct aan de consument worden verkocht, de zogenoemde afstandsverkopen. In dergelijke gevallen is de accijns verschuldigd in de lidstaat van bestemming. Hoewel de detailregeling voor afstandsverkopen is overgelaten aan de lidstaten, moeten veel MKB-ondernemers die zich richten op afstandsverkopen relatief grote inspanningen betrachten met het voldoen aan de vereisten van de verschillende nationale wetgevingen, in het bijzonder wanneer fiscaal vertegenwoordigers vereist zijn.4 Terecht ziet de EC het uitblijven van verdere toenadering van de tarieven als dé oorzaak van moeilijkheden met afstandsverkopen en andere transacties buiten de schorsingsregeling. De fiscale autoriteiten van lidstaten met hoge accijnstarieven kunnen niet rekenen op het zelfregulerende mechanisme van de Accijnsrichtlijn, waarbij teruggaaf van accijns in de lidstaat van herkomst afhankelijk is van het bewijs dat de accijns voldaan is in de lidstaat van bestemming.
Ook zijn er aanwijzingen dat het gebrek aan een zelfregulerend mechanisme in combinatie met de complexe nationale wetgevingen ondernemers prikkelen het niet meer zo nauw met de regels te nemen. Om deze ontwikkeling te stuiten, zijn, zoals de EC terecht opmerkt, tariefsharmonisatie en vereenvoudiging van regelgeving noodzakelijk wanneer bij afstandsverkopen accijnsheffing in de lidstaat van bestemming het uitgangspunt moet blijven.5 De internemarktconforme oplossing is echter het slechten van tariefsverschillen en afstandsverkopen te belasten in de lidstaat van verkoop.
Het voorstel van de EC kan een belangrijke impuls vormen voor de harmonisatie van de accijnstarieven.