Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.6
4.7.6 Uitslag tot verbruik uit een belastingentrepot
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS302893:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6 lid 1 Accijnsrichtlijn. HvJ EG 5 april 2001, nr. C-325/99, G. van de Water vs. staatssecretaris, Jur. 2001, p. I-2729, BNB 2001/204, r.o. 35.
Art. 6 lid 1 onderdeel b Accijnsrichtlijn. Art. 2f Wa. HvJ EG 5 april 2001, nr. C-325/99, G. van de Water vs. staatssecretaris, Jur. 2001, p. I-2729, BNB 2001/204, r.o. 42. HR 12 april 2002, nr. 34.164, FED 2002/241, BNB 2002/226. HR 12 april 2002 en 24 augustus 1999, nr. 34.164, BNB 2002/226 en BNB 1999/383c.
Art. 6 lid 1 onderdeel a Accijnsrichtlijn. Vgl. art. 2h Wa.
Vgl. art. 2f tweede gedeelte ‘dat niet overeenkomstig de bepalingen van deze wet in de heffing is betrokken’ Wa. Kamerstukken II 1992/93, 22 697, nr. 3, p. 29. Art. 2f Wa is de voortzetting van art. 87 lid 1 Wa (tekst 1992). Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet dat de Nederlandse wetgever met die bepaling een beperktere of juist ruimere mogelijkheid tot heffing bij een afnemer voor ogen stond dan voortvloeide uit art. 87 lid 1 Wa (tekst 1992). HR 8 oktober 2004, nr. 38.481, LJN AN4672, BNB 2005/23, r.o. 3.4.2 en 3.4.3. HR 6 juni 2003, nr. 35.372, BNB 2003/315, r.o. 3.3.2. HR 13 juni 2003, nr. 36.388, LJN AF0332, r.o. 3.3.3. HR 13 juni 2003, nr. 37.223, LJN AF0380, r.o. 3.3.3.
HvJ EG 5 april 2001, nr. C-325/99, G. van de Water vs. staatssecretaris, Jur. 2001, p. I-2729, r.o. 35.
Art. 11 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Ingevolge de Accijnsrichtlijn wordt onder uitslag tot verbruik verstaan1:
1 iedere vorm van onttrekking, ook op onregelmatige wijze, aan een schorsingsregeling;
2 ieder vervaardigen, ook op onregelmatige wijze, van accijnsgoederen buiten een schorsingsregeling om; en
3 elke invoer, ook op onregelmatige wijze, van accijnsgoederen, wanneer deze niet onder een schorsingsregeling worden geplaatst.
Het enkele voorhanden hebben van een accijnsgoed dat niet overeenkomstig de voorschriften in de heffing is betrokken, wordt aangemerkt als uitslag tot verbruik.2 Evenzo wordt iedere onregelmatigheid of overtreding in een lidstaat begaan tijdens intracommunautaire vervoer onder schorsing van de accijns via die lidstaat of met bestemming die lidstaat aangemerkt als het onttrekken van accijnsgoederen aan schorsing van accijns.3 Daartoe dient tevens uitdrukkelijk vast te staan dat de belanghebbende op het moment waarop hij de goederen voorhanden kreeg, wist of redelijkerwijs kon weten dat de leverancier zijn verplichting de accijns te voldoen of te laten voldoen niet zou nakomen ofwel dat de voorhandenhebber wist of redelijkerwijs kon weten dat zijn accijnsgoederen ten onrechte nog niet in de heffing van accijns zijn betrokken.4 Door onttrekking gelijk te stellen met uitslag tot verbruik heeft de gemeenschapswetgever duidelijk gemaakt dat alle vervaardiging, verwerking, voorhanden hebben of verkeer buiten een schorsingsregeling, leidt tot verschuldigdheid van de accijns.5 Normaliter vinden vervaardiging, bewerking, verwerking en het voorhanden hebben van accijnsgoederen plaats onder schorsing van accijns binnen het gesloten stelsel van onderling verbonden belastingentrepots. Met betrekking tot deze handelingen stellen de lidstaten zelf voorschriften op.6 Voor bijvoorbeeld halfzware olie, gasolie, vloeibaar gemaakt petroleumgas (LPG) en aardgas is de uitslag tot verbruik voor de toepassing van de Wa het belastbaar feit.