Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/8.2
8.2 Het begrip `Teilwert' in de huidige Duitse inkomstenbelastingwetgeving
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS344311:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Als Duitse tegenvoeter van het Nederlandse begrip 'bedrijfswaarde'.
Onder omstandigheden kan hiervan worden afgeweken, onder meer ten aanzien van goederen en zaken die binnen drie jaar voorafgaand aan de inbrengdatum, in privé zijn aangeschaft of voortgebracht. Deze activa zijn bij inbreng te waarderen op de aanschaffings- c.q. voortbrengingskosten.
Vergelijk B. Knobbe-Keuk, Bilanz- und Unternehmenssteuerrecht, 6e druk, Keulen, 1987, blz. 144.
C. Herrmann/G. Heuer / A. Raupach, Einkommensteuer- und KOrperschaftsteuergesetz, Kommentar (losbladige editie), Verlag Dr. Otto Schmidt KG — Kóln, aantekening 554 bij § 6 EStG.
Het begrip `Teilwerf1 en de toepassing ervan duikt op een aantal plaatsen in de Duitse inkomstenbelastingwetgeving, namelijk:
(§ 6, lid 1, nr. 5 EStG)2: Inbreng van goederen in de onderneming dient tegen de `Teilwerf plaats te vinden;
(§ 6, lid 1, nr. 4 EstG): Onttrekking van goederen uit de onderneming dient tegen de Teilwert' plaats te vinden;
(§ 6, lid 1, nr 6. EStG): Bij de start van een bedrijf dienen de goederen tegen de `Teilwerf te worden opgenomen;
(§ 6, lid 1, nr. 7 EStG): Bij verwerving van een onderneming — anders dan door middel van een geldsom (bijvoorbeeld verkrijging krachtens schenking) — dienen de goederen die tot het ondernemingsvermogen behoren, tegen de `Teilwere te worden opgenomen;
(§ 6, lid 1, nr. 1,2,3 EStG): Waardering van goederen die tot het ondernemingsvermogen behoren, geschiedt tegen kostprijs, de gemaakte voortbrengingskosten, de boekwaarde dan wel tegen de lagere `Teilwert'.
De hoeveelheid literatuur en jurisprudentie in Duitsland met betrekking tot § 6, lid 1 EStG is overweldigend. De Duitse doctrine aangaande deze problematiek is uitgesproken gedetailleerd, kent talloze verfijningen en vertakkingen en kenmerkt zich door gedegen en grondige uiteenzettingen. Het is dan ook niet te vermijden keuzes te maken ten aanzien van de te behandelen problematiek. Alhoewel de hiervoor aangehaalde aspecten onder a tot en met d zonder meer belangrijk zijn (en de moeite van het bespreken waard), zal dit onderzoek toch beperkt worden tot het behandelen van het algemene waarderingsvoorschrift zoals opgenomen onder e. In de Duitse fiscale literatuur3 wordt deze waarderingsmethode met de term `Teilwertabschreibungen' aangeduid. Deze term is enigszins ongelukkig gekozen omdat `Teilwertabschreibungen' geen afschrijvingen in de traditionele Duitse en Nederlandse zin van het woord zijn (dat wil zeggen het in de balans en winst- en verliesrekening tot uitdrukking brengen van een door het gebruik ontstane waardedaling van een actief). De in de Duitse inkomstenbelastingwetgeving bedoelde `Teilwertabschreibungen' hebben betrekking op waardering van een actief op de beneden de boekwaarde liggende lagere bedrijfswaarde. Herrmann/ Heuer /Raupach4 signaleren dit probleem eveneens, maar geven vervolgens aan dat de term `Teilwertabschreibung' inmiddels dermate ingeburgerd en gebruikelijk is in het Duitse belastingrecht dat deze daardoor niet meer uit het fiscale rechtsleven kan worden weggedacht.