Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/28
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling voor (medeplegen) diefstal, art. 310 en art. 311 lid 1 onder 4 Sr. Rechtsgevolgen overschrijding redelijke termijn bij betekening mededeling verstekarrest hof ex art. 366 Sv i.g.v. niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Klacht dat na wijzen van ’s hofs arrest bij betekening van verstekmededeling niet nodige voortvarendheid is betracht, kan niet leiden tot vernietiging van ’s hofs uitspraak. Schriftuur bevat immers geen klachten over ’s hofs beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het door hem ingestelde h.b., terwijl HR ook geen grond aanwezig oordeelt waarop dat oordeel ambtshalve zou moeten worden vernietigd (vgl. HR 4 mei 2004, NJ 2004/495). Verwerping.
HR 26-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1688
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/00365
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1688, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:807, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑09‑2024
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling voor (medeplegen) diefstal, art. 310 en art. 311 lid 1 onder 4 Sr. Rechtsgevolgen overschrijding redelijke termijn bij betekening mededeling verstekarrest hof ex art. 366 Sv i.g.v. niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Klacht dat na wijzen van ’s hofs arrest bij betekening van verstekmededeling niet nodige voortvarendheid is betracht, kan niet leiden tot vernietiging van ’s hofs uitspraak. Schriftuur bevat immers geen klachten over ’s hofs beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het door hem ingestelde h.b., terwijl HR ook geen grond aanwezig oordeelt waarop ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.