Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/14
Slagende klacht over geldigheid betekening dagvaarding in hoger beroep door uitreiking daarvan aan een ander dan de verdachte.
HR 26-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1738
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02764
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1738, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:971, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑11‑2022
- Wetingang
Essentie
De dagvaarding in hoger beroep is uitgereikt op het BRP-adres van de verdachte aan een ander dan de verdachte. De uitreiking vermeldt alleen de handtekening van de ontvanger en de naam, de functie en de handtekening van de bezorger. Het oordeel van het hof dat de dagvaarding geldig is betekend, is niet zonder meer begrijpelijk.
Samenvatting
Als de dagvaarding overeenkomstig artikel 36e lid 1 aanhef en onder b sub 1°, en lid 2 aanhef en onder a Sv wordt uitgereikt aan degene die zich op het in die bepaling bedoelde adres bevindt en die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.