Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/16
Van onthouden van nodige verzorging ex art. 2.2 lid 8 Wd kan sprake zijn bij overtreding van een specifieke wettelijke bepaling, maar ook als de gezondheid of het welzijn van een dier op andere manier wordt geschaad. Rechter kan hier de ‘vijf vrijheden van Brambell’ bij betrekken.
HR 26-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1703
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/00613 E
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1703, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:811, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
Van het onthouden van de nodige verzorging ex art. 2.2 lid 8 Wet dieren (Wd) kan onder meer sprake zijn bij overtreding van een specifieke wettelijke bepaling, zoals een overtreding van een norm uit het Besluit houders van dieren, maar ook als de gezondheid of het welzijn van het dier op een andere manier wordt geschaad. Het staat de rechter vrij om de ‘vijf vrijheden van Brambell’ als relevante gezichtspunten in zijn overwegingen hierover te betrekken.
Samenvatting
In art. 1.3 lid 1 Wd wordt de ‘intrinsieke waarde’ van het dier erkend. In de wetsgeschiedenis ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.