Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.6.4
7.6.4 De derde situatie (stopzetten noodzakelijke financiering)
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS301411:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 september 2009, NJ 2009, 656 m.nt. Van Schilfgaarde (Comsys Holding). Uitgebreid over dit arrest: Bakker & Wassenaar 2010, p. 24-29.
Zie over deze uitspraak uitgebreid onder meer: Bartman & Dorresteijn 2013, p. 316-318; Van den Heuvel 2012, p. 122-123; Slagter/Assink 2013, p. 2273-2277.
In de literatuur bestaat enige discussie over de vraag of een dergelijke structuur niet van meet af aan onrechtmatig is. Bakker en Wassenaar en Slagter menen van wel. De onrechtmatigheid wordt slechts ‘weggenomen’ doordat voldoende maatregelen worden genomen om de risico’s te beperken (Bakker & Wassenaar 2010; Slagter 2011). Assink en Timmerman daarentegen menen dat een dergelijke structuur niet van meet af aan onrechtmatig is (Slagter/Assink 2013, p. 2275-2276; Timmerman in zijn conclusie voor het Comsys Holding-arrest).
In de derde situatie is sprake van een aandeelhouder die de voor de vennootschap noodzakelijke financiering stopzet. Deze situatie kwam aan de orde in het Comsys Holding-arrest.1 Hier was sprake van een moedervennootschap met een viertal dochtervennootschappen. De structuur van het concern was zo opgezet dat één van deze dochtervennootschappen, Comsys Services, altijd verliezen leed. Deze verliezen werden gedragen (gefinancierd) via een rekening-courantverhouding door de moedervennootschap en een andere dochtervennootschap. Nadat de bank het krediet aan Comsys Services opzegt, wordt haar faillissement aangevraagd door de moedervennootschap. De curator stelt daarop de vennootschappen die Comsys Services financierden aansprakelijk voor het tekort in het faillissement. De Hoge Raad oordeelt dat als gevolg van de gekozen structuur van het concern risico’s voor crediteuren van Comsys Services inherent waren en de moedervennootschap zich de belangen van deze crediteuren had moeten aantrekken. De moedervennootschap als aandeelhouder had dus ook hier een zorgplicht jegens de crediteuren van de dochtervennootschap.2
De normschending is hier gelegen in het opzetten van een structuur die risicovol is voor de crediteuren van de vennootschap en het vervolgens stopzetten van de financiering aan die vennootschap door de aandeelhouder, waardoor de belangen van de crediteuren onrechtmatig werden geschonden.3