Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.6.2
7.6.2 De eerste situatie (opwekken van gerechtvaardigde verwachtingen)
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS296530:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 18 november 1994, NJ 1995, 170 m.nt. Maeijer (NBM/Securicor). Zie over deze uitspraak uitgebreid onder meer: Bartman & Dorresteijn 2013, p. 310-311; Van den Heuvel 2012, p. 119-120; Slagter/Assink 2013, p. 2265-2266.
De Hoge Raad overwoog: ‘Mede in het licht van de omstandigheid dat de uitlatingen werden gedaan door een functionaris van de – tevens met het bestuur over Van Luijk belaste – moedermaatschappij van Van Luijk.’ (r.o. 3.6.).
Vergelijkbare uitspraken op grond van de gerechtvaardigde verwachtingen zijn: Hof Amsterdam 23 maart 2000, JOR 2000, 79 m.nt. De Witte Wijnen (Beleggingsmaatschappij Observer/Klingler Textil); Rb. Middelburg 18 augustus 2011, JOR 2011, 325 m.nt. Holtzer (FNV Bondgenoten/Delta); Hof Leeuwarden 6 december 2011, JOR 2012, 39 m.nt Vergouwen (KHE Group/FNV Bondgenoten). In de twee laatstgenoemde uitspraken ging het om de nakoming (dus niet aansprakelijkheid) van verplichtingen in verband met een sociaal plan. Zie over deze uitspraken ook: De Haan 2012, p. 269- 274.
In de eerste situatie is sprake van een aandeelhouder die bij één of meer crediteuren een gerechtvaardigde verwachting heeft gewekt. Een belangrijk arrest in dit verband is NBM/Securicor,1 waar sprake was van een situatie waarin de aandeelhouder de schijn van kredietwaardigheid van de vennootschap had gewekt. Een functionaris van NMB had in een gesprek met een vertegenwoordiger van Securicor een mededeling gedaan op grond waarvan Securicor erop mocht vertrouwen dat NMB ervoor zou instaan dat Securicor zou worden betaald voor de diensten die werden geleverd aan Van Luijk Moerdijk. NMB was enig aandeelhouder en bestuurder van Van Luijk Moerdijk. Later ging Van Luijk Moerdijk failliet waarna Securicor NMB aansprak. Zowel de rechtbank als het hof wijzen de vordering van Securicor toe, omdat zij mocht afgaan op de geruststellende mededelingen van de functionaris van NMB. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof. Daarbij speelde ook een rol dat NMB tevens bestuurder van Van Luijk Moerdijk was.2
De normschending is in deze situatie gelegen in het eerst wekken van verwachtingen van kredietwaardigheid van de vennootschap door de aandeelhouder tegenover een crediteur en het vervolgens niet honoreren van deze verwachtingen.3