Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/4.5.3.3:4.5.3.3 Welke rechten of vergoedingen ten laste van de verkrijgende rechtspersoon worden toegekend aan degenen die anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens de verdwijnende rechtspersonen, zoals rechten op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, en met ingang van welk tijdstip
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/4.5.3.3
4.5.3.3 Welke rechten of vergoedingen ten laste van de verkrijgende rechtspersoon worden toegekend aan degenen die anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens de verdwijnende rechtspersonen, zoals rechten op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, en met ingang van welk tijdstip
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS430750:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het gaat hier (onder meer) om houders van winstbewijzen, converteerbare schuldbrieven en anderen aan wie het recht tot het nemen van aandelen was toegekend.1
De vraag of een dergelijke toekenning rechtmatig is en de vraag of alle bijzonder gerechtigden rechten of vergoedingen krijgen behoort niet tot de taak van de notaris.
Die toets is van inhoudelijke aard en valt daarmee buiten het formele kader. De algemene zorgplicht van de notaris strekt zich ook niet uit over de rechtmatigheidsvraag ten aanzien van de hoogte van een eventuele vergoeding. De toets valt daarom ook buiten het materiële kader. De notaris zal slechts hoeven na te gaan of aan dit onderdeel aandacht besteed is in het fusievoorstel.
Of er bijzonder gerechtigden zijn is veelal een feitelijk gegeven dat door de notaris niet te controleren zal zijn.
Ook dat gegeven acht ik van vergaande inhoudelijke aard. Uit de tekst van het fusievoorstel zal moeten blijken of daar sprake van is. Is de notaris degene die als penvoerder optreedt bij het opstellen van het fusievoorstel dan zal hij expliciet moeten vragen naar de aanwezigheid van bedoelde gerechtigden. Ook wanneer de notaris kennis draagt van de aanwezigheid van gerechtigden die niet in het (concept) fusievoorstel vermeld staan zal hij daarvan melding moeten maken. Heeft hij gerede twijfel over de juistheid van de vermelding in het fusievoorstel dan zal hij zich moeten onthouden van het afgeven van het pre fusie attest.2