De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/6.6.3:6.6.3 Bijstand van de griffier
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/6.6.3
6.6.3 Bijstand van de griffier
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174091:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens de wet worden griffierswerkzaamheden verricht door gerechtsambtenaren, rio’s, gerechtsauditeurs en buitengriffieren (art. 14, derde en vierde lid, Wet RO). Zij worden meestal griffier genoemd.1 Hun werkzaamheden komen vooral neer op het bijstaan van rechters in de behandeling en beslissing van zaken. Praktisch gezien betekent dat vooral zittingen organiseren en bijwonen, proces-verbaal maken en conceptvonnissen schrijven.
Artikel 14, zevende lid, Wet RO bepaalt dat de griffier die werkzaamheden uitvoert ter ondersteuning van een rechtspreker verplicht is de aanwijzingen van deze rechtspreker op te volgen. Het gerechtsbestuur geeft de griffier in dit kader geen aanwijzingen, omdat het anders de geschilbeslechting zou kunnen beïnvloeden, wat niet is toegestaan (zie paragraaf 5.2). De bevoegdheid van de rechtspreker om een griffier in zijn zaak aanwijzingen te geven versterkt de onafhankelijkheid van de rechtspreker, maar de rechterlijke onafhankelijkheid geldt niet voor de griffier.2
In zeven van de tien geobserveerde zittingen stond een griffier de rechters bij gedurende de hele behandeling. Tijdens een schorsing van een van de comparities verscheen een griffier ten tonele om partijverklaringen uit te typen. Eén (pleit)zitting werd zonder bijstand van een griffier gehouden. Gevraagd naar de reden hiervoor antwoordde de voorzitter dat ondersteuning van een griffier niet echt nodig was, ‘omdat we met drie ervaren rechters goed vertegenwoordigd zijn.’ De griffiers waren naar functie stafjurist (zes maal), rechter in opleiding of juridisch medewerker. Tijdens de zitting maakte de griffier aantekeningen van wat besproken en gedaan werd. Zo nodig werkte de griffier de aantekeningen na of tijdens de zitting uit tot een proces-verbaal (zie paragraaf 6.4.6, aanvang).
De griffier typte tijdens een schorsing van een comparitie en van het deskundigenverhoor, in afwezigheid van partijen, verklaringen van de partijen respectievelijk de deskundige uit. Deze werden door de voorzitter gedicteerd. Na hervatting van de zitting las de griffier de conceptverklaringen voor. De partijen en de deskundige stelden enkele aanpassingen voor, die de griffier in de conceptverklaringen verwerkte. Vervolgens zetten de rechters, de griffier, de partijen dan wel de deskundige er hun handtekening onder.
Tijdens de zitting hebben de griffiers geen enkele maal het woord gevoerd. Daartoe boden de voorzitters ook nauwelijks tot geen gelegenheid. Sporadisch spraken rechters tijdens de behandeling met de griffier, onhoorbaar voor partijen en het publiek. Dit betrof, zo bleek, praktische mededelingen of vragen.