Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1168
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen opzetheling, medeplegen oplichting en witwassen. Motivering schatting w.v.v., methode van eenvoudige kasopstelling (art. 36e lid 2 Sr). Verwerping verweer m.b.t. schatting van w.v.v. op de grond dat door getuige (medeveroordeelde) bij raadsheer-commissaris afgelegde verklaring door hof in strafzaak niet geloofwaardig is bevonden. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 8 juni 1999, NJ 1999/589, m.b.t. gebondenheid van ontnemingsrechter aan oordeel van rechter in strafzaak en zelfstandig oordeel van ontnemingsrechter over alle verweren die betrekking hebben op schatting van w.v.v. Verweer houdt in dat betalingen die betrokkene voor huur van auto’s heeft gedaan, bij schatting van w.v.v. buiten beschouwing moeten blijven, omdat (zo is onder verwijzing naar de door A bij raadsheer-commissaris afgelegde verklaring aangevoerd) deze uitgaven zijn gedaan in opdracht van en met gelden van A en dus niet uit eigen middelen van betrokkene. Hof heeft dit verweer verworpen, in kern omdat door A bij raadsheer-commissaris afgelegde verklaring door hof in strafzaak niet geloofwaardig is bevonden, zodat die verklaring ook niet kan dienen voor onderbouwing van wat betrokkene in ontnemingszaak naar voren heeft gebracht. Dit oordeel van hof is niet begrijpelijk. Uit de door hof in strafzaak voor bewijs gebruikte verklaring van A en uitspraak hof in ontnemingszaak volgt immers dat oordeel van hof in strafzaak over betrouwbaarheid van de door A bij raadsheer-commissaris afgelegde verklaring niet specifiek betrekking heeft op geloofwaardigheid van wat A heeft verklaard over bron van betalingen die betrokkene ten behoeve van A zou hebben gedaan voor huur van auto’s. Niet gezegd kan dus worden dat hof als ontnemingsrechter was gebonden aan oordeel van hof in strafzaak over f&o waarop door verdediging gevoerd verweer betrekking heeft. In deze ontnemingszaak had hof daarom zelfstandig oordeel moeten geven over het door verdediging gevoerde verweer. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op 19/04437 (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 81 lid 1 RO).
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1668
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/03893 P
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Bijzondere onderwerpen
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1668, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:889, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑09‑2024
Essentie
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen opzetheling, medeplegen oplichting en witwassen. Motivering schatting w.v.v., methode van eenvoudige kasopstelling (art. 36e lid 2 Sr). Verwerping verweer m.b.t. schatting van w.v.v. op de grond dat door getuige (medeveroordeelde) bij raadsheer-commissaris afgelegde verklaring door hof in strafzaak niet geloofwaardig is bevonden. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 8 juni 1999, NJ 1999/589, m.b.t. gebondenheid van ontnemingsrechter aan oordeel van rechter in strafzaak en zelfstandig oordeel van ontnemingsrechter over alle verweren die betrekking hebben op schatting van w.v.v. Verweer houdt in dat betalingen die betrokkene voor huur van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.