Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1151
Wanneer kan een bevel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden achterwege blijven?
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1694
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/03507 CW
- Conclusie
P-G mr. F.W. Bleichrodt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Penitentiair recht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1694, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:763, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑07‑2024
- Wetingang
Essentie
Cassatie in het belang der wet; Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De Hoge Raad geeft uitleg over de vragen i) wanneer redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en het verwerken van het DNA-profiel van de veroordeelde niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde, ii) wanneer de aard van het misdrijf aanleiding kan geven om het bevel achterwege te laten en iii) wanneer de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd daartoe aanleiding kunnen geven.
Samenvatting
Uitgangspunt van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (hierna: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.