Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1171
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. niet voldoen aan ambtelijk bevel (art. 184 lid 1 Sr) en eenvoudige belediging ambtenaar (art. 266 lid 1 jo. art. 267 lid 1 onder 2 Sv). Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde gebleken uit door AG opgevraagde stukken. Als dagvaarding van verdachte die is ingeschreven in BRP geldig is betekend en verdachte niet op tz. is verschenen en raadsman ook niet, kan rechter (behalve bij duidelijke aanwijzingen van tegendeel) uitgaan van vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. Mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan aanwezigheidsrecht verdachte, is tekortgedaan. Dat kan zich voordoen als verdachte tijdens behandeling van zijn zaak i.v.m. andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit rechter bekend was. Uit door A-G ambtshalve opgevraagde detentiegegevens volgt dat verdachte tijdens behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep i.v.m. andere zaak was gedetineerd. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat dagvaarding om op tz. in h.b. te verschijnen niet in persoon is uitgereikt en op die tz. geen raadsman aanwezig was, is beslissing van hof om tegen verdachte verstek te verlenen en onderzoek ttz. voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Wegens groot belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet verdachte de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn aanwezigheid te doen behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1518
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/00585
- Conclusie
​A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1518, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:939, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑09‑2024
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. niet voldoen aan ambtelijk bevel (art. 184 lid 1 Sr) en eenvoudige belediging ambtenaar (art. 266 lid 1 jo. art. 267 lid 1 onder 2 Sv). Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde gebleken uit door AG opgevraagde stukken. Als dagvaarding van verdachte die is ingeschreven in BRP geldig is betekend en verdachte niet op tz. is verschenen en raadsman ook niet, kan rechter (behalve bij duidelijke aanwijzingen van tegendeel) uitgaan van vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.