Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1170
Oplichting door aannemen van valse hoedanigheid van medewerker van vaste klant van bedrijf bij ophalen van goederen bij dat bedrijf (meermalen gepleegd), art. 326 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten zich voordoen als ‘medewerker’ van vaste klant en aannemen van valse hoedanigheid. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt het middel. CAG: Middel klaagt terecht dat uit bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte zich heeft voorgedaan als ‘medewerker’ van vaste klant, maar dat hoeft niet tot cassatie te leiden. Hof heeft uit b.m. kunnen afleiden dat verdachte zich heeft voorgedaan als persoon die namens klant gerechtigd was spullen op te halen. Daarmee wordt bewezenverklaring, ook met weglating van gedeelte waarin staat dat verdachte zich heeft voorgedaan als ‘medewerker’, voldoende gedekt. Bij aannemen valse hoedanigheid gaat het erom dat handelen van verdachte ertoe kan leiden dat bij ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen m.b.t. persoon van verdachte, diens naam of hoedanigheid met doel daarvan misbruik te maken. Verdachte heeft door zich voor te doen als vertegenwoordiger van klant doelbewust associatie met betrouwbare klant opgeroepen. Dat kan worden aangemerkt als aannemen van valse hoedanigheid. Het aannemen van valse hoedanigheid staat of valt niet bij opgeven van valse naam. Volgt verwerping.
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1517
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/00136
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1517, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:938, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑09‑2024
Essentie
Oplichting door aannemen van valse hoedanigheid van medewerker van vaste klant van bedrijf bij ophalen van goederen bij dat bedrijf (meermalen gepleegd), art. 326 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten zich voordoen als ‘medewerker’ van vaste klant en aannemen van valse hoedanigheid. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt het middel. CAG: Middel klaagt terecht dat uit bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte zich heeft voorgedaan als ‘medewerker’ van vaste klant, maar dat hoeft niet tot cassatie te leiden. Hof heeft uit b.m. kunnen afleiden dat verdachte zich heeft voorgedaan als persoon die namens klant gerechtigd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.