Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1178
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311 lid 1 Sr). 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432 lid 1 sub a Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat bij verdachte de verwachting is gewekt dat hof na rolzitting nog geen arrest zou wijzen? 2. Ontvankelijkheid hoger beroep, e-mailbericht met grieven aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416 lid 2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op e-mailbericht met grieven, dat 6 dagen vóór rolzitting in h.b. is verzonden naar toenmalig e-mailadres hof en ter griffie hof is ontvangen? Ad 1. HR: Termijn voor het instellen van cassatieberoep is overschreden. Om redenen vermeld in CAG is deze overschrijding echter verontschuldigbaar, zodat beroep ontvankelijk is. CAG: Er is sprake van bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor instellen van cassatieberoep verontschuldigbaar doen zijn. Uit dagvaarding in h.b. blijkt (a) dat zitting een rolzitting betrof die bedoeld was om verdachte in de gelegenheid te stellen zijn bezwaren op te geven tegen vonnis, waarna behandeling van zijn zaak direct zou worden aangehouden tot nadere datum waarop zijn strafzaak inhoudelijk behandeld zou worden, en (b) dat verdachte er rekening mee diende te houden dat (slechts) indien hij niet zou verschijnen op rolzitting en bovendien ook niet door hem voorafgaande aan of tijdens zitting bezwaren zouden zijn opgegeven tegen vonnis, hof hem o.g.v. art. 416 lid 2 Sv n-o zou kunnen verklaren in h.b. Nu namens verdachte voorafgaande aan zitting tijdig zijn bezwaren tegen vonnis zijn opgegeven, mocht hij ervan uitgaan dat behandeling van zijn strafzaak zou worden aangehouden tot nadere datum en mocht hij erop vertrouwen dat zijn zaak niet inhoudelijk zou worden behandeld en afgedaan. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is middel terecht is voorgesteld. CAG: Er is voldoende grond voor ernstig vermoeden dat e-mailbericht houdende grieven ter griffie hof is ontvangen. ’s Hofs oordeel dat verdachte niet schriftuur met grieven tegen vonnis heeft ingediend is dan ook onjuist. Daarmee heeft hof de verdachte ten onrechte n-o verklaard in zijn h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1669
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/04053
- Conclusie
​A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1669, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:999, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑10‑2024
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311 lid 1 Sr). 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432 lid 1 sub a Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat bij verdachte de verwachting is gewekt dat hof na rolzitting nog geen arrest zou wijzen? 2. Ontvankelijkheid hoger beroep, e-mailbericht met grieven aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416 lid 2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.