Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1150
Onterechte bewijsuitsluiting DNA-onderzoek door deskundige die eerder tegenonderzoek had uitgevoerd; ontoereikend gemotiveerde afwijking van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt OM ten aanzien van bewijs.
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1684
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/04081
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1684, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:928, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑12‑2023
- Wetingang
Essentie
1. Onterechte bewijsuitsluiting van rapportage deskundige DNA-onderzoek omdat deze deskundige in dezelfde zaak een tegenonderzoek heeft uitgevoerd dat zag op andersoortig onderzoek. 2. Ontoereikend gemotiveerde afwijking van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt OM ten aanzien van het bewijs.
Samenvatting
- 1.
Het hof heeft de rapportage van het DNA-onderzoek aan het nagelvuil van de aangeefster uitgesloten van het bewijs, omdat de deskundige eerder het tegenonderzoek aan het bij de aangeefster aangetroffen sperma had verricht. Daaraan heeft het hof in de kern ten grondslag gelegd dat aan de wettelijke regeling van het deskundigenonderzoek ten grondslag ligt dat een deskundige objectief, onafhankelijk en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.