Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1175
Ontucht met 9-jarige/12-jarige stiefdochter door 29-jarige/33-jarige verdachte, meermalen gepleegd (art. 247 (oud) jo. art. 248 lid 2 (oud) Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Verweer dat verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar zijn en dat die verklaringen voldoende steun vinden in overig bewijsmateriaal. HR: Middel leidt niet tot cassatie om redenen vermeld in CAG. CAG: Eerste deelklacht, die klaagt over oordeel hof dat ‘seksuele handelingen waarover aangeefster bij herhaling heeft verklaard zodanig specifiek van aard [zijn], dat niet kan worden aangenomen dat kind van leeftijd die aangeefster had in periode dat misbruik zou hebben plaatsgevonden, daarvan op andere wijze op hoogte kan zijn geweest’, faalt. Tweede deelklacht, die klaagt over oordeel hof dat i.h.k.v. vereist steunbewijs aan verklaring broertje van aangeefster ook ‘enige betekenis’ toekomt, faalt. Derde deelklacht, die inhoudt dat hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. ontlastende verklaringen van moeder en broer verdachte, faalt eveneens. Volgt verwerping.
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1519
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
23/02779
- Conclusie
plv.​ A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1519, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:921, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑09‑2024
Essentie
Ontucht met 9-jarige/12-jarige stiefdochter door 29-jarige/33-jarige verdachte, meermalen gepleegd (art. 247 (oud) jo. art. 248lid 2 (oud) Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Verweer dat verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar zijn en dat die verklaringen voldoende steun vinden in overig bewijsmateriaal. HR: Middel leidt niet tot cassatie om redenen vermeld in CAG. CAG: Eerste deelklacht, die klaagt over oordeel hof dat ‘seksuele handelingen waarover aangeefster bij herhaling heeft verklaard zodanig specifiek van aard [zijn], dat niet kan worden aangenomen dat kind van leeftijd die aangeefster had in periode dat misbruik zou hebben plaatsgevonden, daarvan op andere wijze ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.