Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/411
Wvggz. Overschrijding beslistermijn rechtbank na cassatie en terugwijzing in procedure op voet art. 10:7 Wvggz. Verzoek schadevergoeding tegen Staat (art. 10:12 lid 3 Wvggz); afzonderlijke procedure noodzakelijk?
HR 31-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:501
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
31 maart 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
22/03092
- Conclusie
A-G i.b.d. mr. F.F. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:501, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 31‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1180, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑11‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑10‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑08‑2022
- Wetingang
Samenvatting
Art. 10:11 lid 2 Wvggz biedt de betrokkene de mogelijkheid om in een verzoek op de voet van art. 10:7 Wvggz ter verkrijging van een beslissing van de rechter over een klacht te verzoeken om schadevergoeding door de zorgaanbieder, maar niet om te verzoeken om schadevergoeding ten laste van de Staat, zoals bedoeld in art. 10:12 lid 3 Wvggz. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.