Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/428
De strafoplegging van het hof is in strijd met art. 63 jo 57 Sr, nu het hof heeft verzuimd een eerdere veroordeling in de strafoplegging te betrekken.
HR 28-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:482
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
28 maart 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, A.E.M. Röttgering, C. Caminada
- Zaaknummer
21/02239
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:482, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 28‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1168, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑12‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑11‑2021
- Wetingang
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over de strafoplegging. Het hof heeft geoordeeld dat bij de strafoplegging tot uitgangspunt moet worden genomen dat het toepasselijke strafmaximum in deze zaak vijftien jaren en acht maanden bedraagt, omdat op grond van art. 63 Sr een periode van vier maanden in mindering moet worden gebracht op het in beginsel toepasselijke strafmaximum van zestien jaren. Dit oordeel is niet juist, nu ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.