Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/410
Personen- en familierecht. Verzoek DNA-onderzoek door beweerde biologische vader ter vaststelling biologisch vaderschap en omgangsregeling (art. 1:377a BW); kan rechter DNA-onderzoek bevelen voordat verzoek tot vaststelling omgangsregeling toewijsbaar is? Recht kind op afstammingsinformatie; belangenafweging; art. 8 EVRM.
HR 31-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:520
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
31 maart 2023
- Magistraten
Mrs. C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
22/00668
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:520, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 31‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:911, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑10‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑03‑2022
- Wetingang
Art. 8 EVRM; art. 1:377a BW
Essentie
Personen- en familierecht. Verzoek DNA-onderzoek door beweerde biologische vader ter vaststelling biologisch vaderschap en omgangsregeling (art. 1:377a BW); kan rechter DNA-onderzoek bevelen voordat verzoek tot vaststelling omgangsregeling toewijsbaar is? Recht kind op afstammingsinformatie; belangenafweging; art. 8 EVRM.
Samenvatting
Indien een beweerde biologische vader zowel medewerking verzoekt aan een onderzoek naar het biologische vaderschap als, bij een bevestigende uitkomst van dat onderzoek, vaststelling van een omgangsregeling, ligt het doorgaans voor de hand dat de rechter eerst vaststelt, met inachtneming van de belangen van alle betrokkenen en de omstandigheden van het concrete geval, of — veronderstellenderwijs aangenomen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.