Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/443
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. te hard rijden (art. 62 jo. bord A1 RVV 1990). Aanwezigheidsrecht, ziekte gebleken uit in cassatie overgelegd stuk. Verdachte heeft voorafgaand aan terechtzitting in hoger beroep per e-mail aan hof medegedeeld dat hij wegens ziekte niet in staat was te komen. Uit p-v van tz. volgt niet dat hof kennis heeft genomen van e-mail. Uitgangspunt is dat als dagvaarding van verdachte die is ingeschreven in BRP geldig is betekend en verdachte noch zijn raadsman op tz. is verschenen, rechter (behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel) kan uitgaan van vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. De mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen als verdachte wegens ziekte is verhinderd op tz. te verschijnen zonder dat dit rechter bekend was (vgl. NJ 2015/75). In deze zaak moet ervan worden uitgegaan dat verdachte hof tijdig heeft medegedeeld dat hij wegens ziekte niet op tz. in h.b. zou verschijnen en van vermoeden dat verdachte niet vrijwillig afstand heeft gedaan van recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. Gelet hierop is beslissing van hof om, zonder te hebben beoordeeld of aanhouding van onderzoek ttz. aangewezen was om verdachte in de gelegenheid te stellen bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, tegen verdachte verstek te verlenen en onderzoek ttz. voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 28-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:463
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 maart 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
21/04943
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:463, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:154, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑02‑2023
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. te hard rijden (art. 62 jo. bord A1 RVV 1990). Aanwezigheidsrecht, ziekte gebleken uit in cassatie overgelegd stuk. Verdachte heeft voorafgaand aan terechtzitting in hoger beroep per e-mail aan hof medegedeeld dat hij wegens ziekte niet in staat was te komen. Uit p-v van tz. volgt niet dat hof kennis heeft genomen van e-mail. Uitgangspunt is dat als dagvaarding van verdachte die is ingeschreven in BRP geldig is betekend en verdachte noch zijn raadsman op tz. is verschenen, rechter (behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel) kan uitgaan van vermoeden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.