Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.6.4:6.6.4 Eerstejaarsevaluatie
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.6.4
6.6.4 Eerstejaarsevaluatie
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS574496:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting naar twee jaar is de beoordeling van de re-integratie-inspanningen door het UWV met een jaar opgeschoven. Toch werd het wenselijk gevonden om het gebruik, om aan het eind van het eerste ziektejaar samen een moment van evaluatie en bezinning te hebben, te handhaven. Dat was de reden dat een verplichte evaluatie aan het einde van het eerste ziektejaar werd ingevoerd. Het UWV noemt dit het ‘opschudmoment’. Hiervoor geldt overigens geen vast tijdstip. Hetmoment waarop werkgever en werknemer het eerste ziektejaar evalueren, kan dan ook samenvallen met de reguliere periodieke evaluatie. Gelet op de zeswekelijkse frequentie van de reguliere evaluatie die in de praktijk wordt gehanteerd, ligt het wel voor de hand dat de evaluatie van het eerste ziektejaar plaatsvindt tussen de 46e en 52e week.
De verplichte evaluatie is primair een hulpmiddel voor werkgever en werknemer om zelf tijdig bij te sturen. Aan de hand van de volgende voorbeelden kunnen werkgever en werknemer beoordelen of de ingezette activiteiten en het tot dan toe behaalde resultaat al dan niet goed op koers liggen:
de mate waarin tijdens het eerste ziektejaar wordt gewerkt, vertoont geen progressie en blijft achter bij het oorspronkelijke gestelde doel;
er is geen plan van aanpak of een plan van aanpak zonder helder re-integratiedoel omdat nog onduidelijk is in welke mate de werknemer (medisch) te belasten is;
de mate waarin wordt gewerkt of het soort werk dat wordt verricht, wisselt sterk;
er treedt stagnatie op in medische behandeling of herstel;
een uitgebracht deskundigenoordeel heeft niet geleid tot overeenstemming over (een bijstelling van) een plan van aanpak;
periodes van werken worden in het eerste ziektejaar afgewisseld met periodes van uitval;
er wordt langer dan zes weken gewerkt in arbeid zonder of met heel beperkte loonwaarde (in de praktijk vaak ‘op arbeidstherapeutische basis’ genoemd);
in afwachting van hervatting in eigen arbeid wordt er gewerkt in arbeid onder het voor de werknemer mogelijke niveau (opvularbeid) terwijl geen reëel vooruitzicht op die hervatting bestaat;
de werknemer werkt op een lager niveau of minder uren dan mogelijk is en er bestaat geen reëel vooruitzicht op een functie bij de eigen werkgever die beter overeenstemt met de belastbaarheid.
Als één van deze situaties zich voordoet, meent het UWV dat er voor werkgever en werknemer aanleiding is om zich te beraden over de tot dan toe gevolgde aanpak. Blijkt uit het re-integratieverslag dat de re-integratie is gestagneerd of één van de hierboven beschreven situaties zich heeft voorgedaan, terwijl werkgever en werknemer zonder deugdelijke grond hebben nagelaten om andere initiatieven te ontplooien, dan betrekt het UWV dit in zijn beoordeling na twee jaar.