Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.6.6
6.6.6 Re-integratieverslag
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS574497:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
CRvB 18 april 2012, LJN BW3127.
Zo niet dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen, zie bijvoorbeeld CRvB 9 augustus 2006, LJN AY6221.
F.M. Noordam, ‘Donner is overbodig: over de samenhang van Donner, SUWI en poortwachter’, SMA 2002/3, nr.3, p.164.
CRvB 26 januari 2011, LJN BP2202. De werkgever kan dan overigens op grond van art. 7:629 lid 3 aanhef en sub f BW afzien van loondoorbetaling.
Bij aanspraak op ziekengeld in de zin van de ZW: uiterlijk de tweede dag van arbeidsongeschiktheid, waarbij de werkgever uiterlijk de vierde dag een melding bij het UWV doet (art. 38a lid 1 en 2 ZW).
De werkgever moet aantekening houden van het verloop van de ziekte, het aantal feitelijk gewerkte uren en de re-integratieactiviteiten.1 Elke stap in het re-integratieproces dient te worden vastgelegd. Op deze manier wordt een dossier gevormd. In het re-integratieverslag wordt achteraf verantwoording afgelegd over het eerste en tweede ziektejaar. Het verslag is in feite een uittreksel van het dossier en de minimale inhoud daarvan is vastgelegd in artikel 6 lid 1 aanhef en sub a tot en met l Regeling procesgang. Het UWV heeft de Regeling beleidsregels vorm- en herkenbaarheidsvereisten re-integratieverslagen uitgevaardigd in een poging de inhoud van het re-integratieverslag te stroomlijnen. De CRvB heeft vastgesteld dat op grond van de Wet WIA ‘geen formulieren zijn voorgeschreven voor de met het re-integratieverslag door de werkgever te overleggen bescheiden’. Dient de werkgever dus losse stukken in dan zijn die acceptabel, als die
‘de noodzakelijke informatie bevatten op grond waarvan het Uwv in staat was te beoordelen of er voldoende re-integratie inspanningen zijn verricht (en) uit deze rapportages voldoende blijkt welke stappen er in het re-integratieproces zijn gezet en welke afspraken er zijn gemaakt.’2
Het re-integratieverslag moet uiterlijk 15 weken voor het verstrijken van de wachttijd worden opgesteld in overleg met de werknemer, alsook moet een afschrift aan hem worden verstrekt. Het re-integratieverslag moet door de werknemer bij de aanvraag WIA aan het UWV worden verstrekt, uiterlijk 13 weken voor het verstrijken van de wachttijd (artikel 64 lid 3 WIA).3 Als de werknemer er buiten zijn schuld om niet in slaagt een re-integratieverslag te bemachtigen dan moet het UWV de aanvraag toch in behandeling nemen en moet het contact zoeken met de werkgever.4
Verstrekt de werkgever wel alle administratieve stukken aan de werknemer maar laat die na om ze bij de WIA-aanvraag volledig aan het UWV te verstrekken, dan krijgt de werkgever de kans om die stukken alsnog toe te sturen (artikel 25 lid 8 WIA). Een werkgever die dat niet doet of die de stukken in plaats daarvan (opnieuw) aan de werknemer geeft, is in gebreke. De CRvB meent dat de werkgever in een dergelijk geval verantwoordelijk is en terecht een loonsanctie krijgt, ook al zou hij het re-integratieverslag wel conform de wet aan de werknemer hebben verstrekt.5 Met betrekking tot het beschikken over het re-integratieverslag is de werknemer afhankelijk van zijn werkgever. Als deze zijn verplichting tot het opstellen en aan de werknemer overleggen van het re-integratieverslag niet nakomt (artikel 25 lid 4 WIA) en dit ook na aandringen van de werknemer niet doet, kan de werknemer het verslag dus ook niet bij zijn aanvraag overleggen. In zo’n geval is het voor de aanvrager redelijkerwijs niet mogelijk om over het verslag te beschikken. Het UWV neemt in dat geval de aanvraag wel in behandeling en verzoekt zelf de werkgever om het re-integratieverslag alsnog te overleggen (artikel 25 lid 8 WIA). Doet de werkgever dit niet dan zal het UWV de werkgever verplichten het loon langer door te betalen (artikel 25 lid 9 WIA). De werkgever wordt geacht om tijdens deze loondoorbetalingsperiode alsnog een re-integratieverslag over te leggen. Als bij de behandeling van de aanvraag blijkt dat het aan de werknemer te wijten is dat het re-integratieverslag niet is ingediend, dan kan het UWV een maatregel opleggen. Dit kan er toe leiden dat de betaling van de uitkering geheel of gedeeltelijk, blijvend of tijdelijk wordt geweigerd.
De verplichte bijstand van de arbo-dienst bij het opmaken van het re-integratieverslag heeft uitsluitend betrekking op het medische deel daarvan. Als er om enige reden langere tijd geen contact met de werknemer is geweest, is het de verantwoordelijkheid van de arbo-dienst om te beoordelen of een nieuw onderzoek noodzakelijk is om de benodigde informatie te kunnen verschaffen. De medische en arbeidskundige gegevens worden door de arbo-dienst zodanig vormgegeven en vastgelegd dat deze door het UWV zoveel mogelijk kunnen worden gebruikt voor de beoordeling van de WIA-aanvraag. In de praktijk zullen de verschillende onderdelen van het dossier niet volledig bij de werkgever zelf berusten.
Het tijdspad van de re-integratie volgt uit de wet en uit de Regeling procesgang. Het ziet er als volgt uit:
Eerste ziektedag: (artikel 23 lid 2 WIA) werknemer meldt zich ziek.6
Uiterlijk na zeven dagen: de werkgever meldt de werknemer ziek bij de arbodienst (Toelichting bij Regeling procesgang).
Binnen zes weken na eerste ziektedag: de arbo-dienst stelt een probleemanalyse op. Deze verplichting bestaat alleen als langdurig verzuim dreigt (artikel 2 lid 2 Regeling procesgang).
Binnen acht weken: de werkgever en werknemer stellen gezamenlijk een plan van aanpak op (artikel 4 lid 1 Regeling procesgang).
Binnen 42 weken: de werkgever meldt de werknemer ziek bij het UWV (artikel 38 lid 1 ZW).
Periodieke evaluatie plan van aanpak, eventueel leidend tot bijstelling (artikel 25 lid 2 WIA en artikel 7:658a lid 3 BW).
Werkgever houdt re-integratiedossier bij (artikel 25 lid 1 WIA).
Tussen 46e en 52e week: verplichte eerstejaarsevaluatie van het plan van aanpak (artikel 4 lid 2 aanhef en sub b Regeling procesgang).
Uiterlijk 15 weken voor het verstrijken van de periode van twee jaar: de werkgever stelt in overleg met de werknemer een re-integratieverslag op en verstrekt hiervan een afschrift aan de werknemer (artikel 25 lid 3 WIA).
Uiterlijk 13 weken voor het verstrijken van de periode van twee jaar: de werknemer vraagt een WIA-uitkering aan bij het UWV met daarbij het re-integratieverslag. Dit is dus binnen 21 maanden na de eerste ziektedag (artikel 64 lid 3 WIA).
Na twee jaar: in beginsel einde loondoorbetalingsverplichting (artikel 7:629 lid 1 BW) maar geen einde re-integratieverplichting.
Het begrip ‘poortwachter’ slaat op de rol die het UWV heeft: hij bepaalt door toetsing van het re-integratieverslag of de werknemer door de ‘poort’ mag naar een (mogelijke) WIA-uitkering.