Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/8.6.7:8.6.7 De praktijk van het betriebliches Eingliederungsmanagement
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/8.6.7
8.6.7 De praktijk van het betriebliches Eingliederungsmanagement
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS580418:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§ 77 BetrVG.
Zie § 7.7.5.
BAG 13 maart 2012, NZA 2012, 749.
§ 19 lid 2 SGB IX, interview Welti 26 september 2013, Welti 2006, 627 en 629, A. Gagel, ‘Rehabilitation in Betrieb unter Berücksichtigung des neuen SGB IX-ihre Bedeutung und das Verhältnis von Arbeitsgebern und Sozialleistungsträgern’ NZA 2001, 988 (Gagel 2001).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de praktijk wordt met name in bedrijven vanaf ongeveer 200 werknemers het re-integratiemanagement ingezet. In bedrijven vanaf deze grootte is meestal een Betriebsrat ingesteld, die zich alleen maar bezig houdt met medezeggenschapstaken. Waar in kleine bedrijven de werknemers de Betriebsrat vaak naast het gewone werk bemannen, is dat bij grotere bedrijven een dagtaak. Daar bestaat meer kennis en ervaring (en ondersteuning van vakbonden) zodat re-integratiemanagement eerder aan de orde komt. De bedrijven waar re-integratie het succesvolst gebeurt, zijn die waar het re-integratiemanagement in samenspraak met de Betriebsrat is opgenomen en uitgewerkt in een ondernemingsovereenkomst (‘Betriebsvereinbarung’).1 In dergelijke bedrijven wordt nut en noodzaak van re-integratie vaak beter onderkend en wordt ook buiten het kader van een (mogelijk) ziekteontslag gewerkt aan terugkeer van zieke werknemers. Omdat de ondernemingsovereenkomst bindend en afdwingbaar is, ligt er daarmee een sterkere basis voor re-integratie dan de basis die de wet biedt.
De wet kent wel de verplichting voor het voeren van re-integratiemanagement, maar de toetsing of en hoe dat gebeurt, speelt alleen in ontslagsituaties. Als het om Schwerbehinderten gaat dan toetst het Integrationsamt want hij moet vooraf goedkeuring voor ontslag verlenen.2 In de praktijk blijkt daar dat werkgevers te weinig werk maken van re-integratie, zo constateerde ook het BAG: ‘…arbeitsplatzsichernde Hilfen der Integrationsämter (werden) vor der Beantragung einer Zustimmung zür Kündigung kaum in Anspruch genommen…’.3 Via de Servicestellen kunnen ook Krankenkassen worden betrokken bij re-integratiemanagement maar feitelijk gebeurt dat zelden. Buiten ontslag is het met name de Betriebsrat die de naleving moet bewaken, iets wat in kleinere bedrijven vaak niet gebeurt. Een andere prikkel ontbreekt voor de werkgever; bijvoorbeeld het behoud van vakkundige arbeidskrachten waarin is geïnvesteerd, is regelmatig niet belangrijk genoeg gebleken. Daarnaast neemt de Krankenkasse na de eerste zes weken de betaling over en de premie voor de Krankenversicherung is niet afhankelijk van de instroom vanuit een bepaald bedrijf of branche.
Een andere bijzonderheid is dat re-integratie met regelmaat niet plaatsvindt op de werkplaats zelf. Niet alleen de medizinische maar ook de berufliche Rehabilitation gebeurt vaak extern, in ‘Rehabilitationseinrichtungen’, meestal geëxploiteerd door socialezekerheidsinstellingen zoals de Krankenkasse of de Deutsche Rentenversicherung. Bekend zijn de kuuroorden waar wordt gewerkt aan herstel van de inzetbaarheid op het werk, waarna de werknemer terugkeert op zijn werkplek om het weer te proberen. De re-integratie mag wettelijk ‘ambulant, teilstationär oder betrieblich’ worden uitgevoerd, maar re-integratie op de werkplek (‘betrieblich’) gebeurt nog weinig.4 Ten slotte wijs ik nog op § 84 lid 3 SGB IX waarin staat dat de invoering van het re-integratiemanagement kan worden bevorderd door een premie of bonus voor de werkgever.