Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/8.6.9
8.6.9 Formele aspecten van de stufenweise Wiedereingliederung
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS580419:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Neumann/Majerski-Pahlen, p.88.
Bijlage art. 8 AU-Richtlinien.
Met name bij ziekteontslag. Over het ontbreken van de aanspraak, BAG 13 juni 2006, BAGE 118, 252, Schmidt 2013, p.325-326.
Gagel 2001, p.991 meent dat die plicht wel bestaat op basis van een werkgeverszorgplicht uit § 2 SGB III ter voorkoming van werkloosheid en een algemene medewerkingsplicht voor de werknemer uit §§ 60 e.v. SGB I. BAG 13 juni 2006, BAGE 118, 252 zegt echter expliciet van niet.
BAG 13 juni 2006, BAGE 118, 252, onder verwijzing naar § 81 lid 4 sub 1 SGB IX, instemmend: Schmidt 2013, p.324, Gagel 2001, p.991.
De arts die bij ziekmelding aan de werknemer de medische verklaring van arbeidsongeschiktheid afgeeft, meestal de huisarts.
Bij het onderzoeken van die verwachting mag de arts bijvoorbeeld ook de motivatie van de werknemer laten meewegen: zonder ‘Rehabilitationswilligkeit’ van de werknemer is er geen positieve verwachting en dus geen ruimte voor stufenweise Wiedereingliederung.
BAG 13 juni 2006, BAGE 118, 252: ‘…stufenweise Wiedereingliederung soll den Arbeitnehmer schonend und kontinuierlich an die Belastungen seines Arbeitsplatzes heranführen’.
Naar alle waarschijnlijkheid tenzij dit in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd (‘Zumutbarkeit’); het BAG zwijgt daarover.
Als eerste voorwaarde voor geleidelijke werkhervatting geldt uiteraard dat de gezondheidstoestand die mogelijk moet maken. Werkhervatting en opbouw van uren of taken moeten medisch verantwoord zijn. Verder mag de arbeidsovereenkomst nog niet zijn opgezegd.1 Het voorstellen van geleidelijke werkhervatting is voor de werkgever in beginsel vrijwillig en toestemming van de werknemer moet blijken uit een daarvoor bestemd formulier.2 De vrijwilligheid is relatief omdat geleidelijke werkhervatting via de achterdeur van re-integratiemanagement soms wel van de werkgever kan worden gevraagd.3 Het is bovendien niet ongebruikelijk dat in een ondernemingsovereenkomst tussen werkgever en de Betriebsrat voor alle zieke werknemers een recht op geleidelijke werkhervatting is opgenomen. Een algemeen geldende aanspraak daarop bestaat echter niet.4
Het BAG heeft uitgemaakt dat geleidelijke werkhervatting niet in alle gevallen berust op vrijwilligheid voor de werkgever: Schwerbehinderten en daarmee gelijkgestelden hebben wél een afdwingbare aanspraak. Dat is af te leiden uit de bedoeling van SGB IX namelijk hun uitsluiting tegen te gaan en de re-integratie te versterken. Daarvoor is de medewerking van de werkgever dus noodzakelijk. Daar komt bij dat § 81 SGB IX hen een recht op een passende functie toekent, waar geleidelijke werkhervatting nuttig voor kan zijn.5 ‘Gewoon’ zieke werknemers kunnen geen geleidelijke werkhervatting afdwingen. De Schwerbehinderte die een beroep wil doen op de geleidelijke werkhervatting moet een medische verklaring van de arts overleggen aan de werkgever.6 Daarin moet in elk geval zijn opgenomen:
de verwachting dat de Schwerbehinderte nog in staat is tot een ‘betrieblich nutzbare Tätigkeit’;
de verwachting van de arts dat in dit geval geleidelijke werkhervatting bevorderlijk werkt voor terugkeer in het werkzame leven;7
op de Schwerbehinderte toegesneden aanbevelingen over de aard en wijze van geleidelijke terugkeer (een re-integratieplan) en
een prognose over de uiteindelijk te behalen inzetbaarheid.
Het BAG heeft tegelijk aangetekend dat geen tijdspad hoeft te worden gegeven over de vraag wanneer een einddtoestand bereikt zou moeten zijn, want bij geleidelijke werkhervatting gaat het om het voortdurend opvoeren van de belasting.8 In de AU-Richtlinien staat wel dat het opvoeren van de belasting niet langer dan zes maanden zou moeten duren. Voldoet het beroep van de Schwerbehinderte aan deze eisen dan kan de werkgever de geleidelijke werkhervatting niet afwijzen.9